/ Kiem Nieuws

RSS

Blog: Achter de schermen

maandag 17 september 2012 / Redactie / 6 reacties

Er lijkt misschien niet veel te gebeuren maar achter de schermen ben ik nog steeds druk bezig om tot een nieuwe cao kunsteducatie te komen.

Een cao-onderhandeling is een raar proces. Soms zijn we lekker bezig en zo klaar. Soms sleept de onderhandeling zich voort zonder resultaat. Soms is het trekken aan een dood paard. Soms is het gewoon keihard werken achter de schermen en ook nog eens met weinig resultaat. Dan moet je jezelf steeds weer oppeppen om nogmaals met een creatief idee voor een mogelijke oplossing te komen.

Geen geldende cao
Het traject om tot een cao Kunsteducatie 2012 en verder te komen is een rijke schakering van het bovenstaande. Na het eindbod van de werkgevers en het afwijzen daarvan door de vakbonden was het stil. De nood in de sector kunsteducatie neemt echter elke dag toe: steeds meer gemeenten komen met nog zwaardere bezuinigingen en ook volledig stopzetten van de subsidie komt steeds vaker voor. Onze gesprekken met instellingen die de CAR UWO toepassen en willen overstappen naar de cao kunsteducatie om zo hun voortbestaan te verzekeren, liggen stil. Omdat wij op dit moment geen geldende cao hebben, kun je er als instellingen niet naar overstappen. Ook vanuit leden en ondernemingsraden horen we steeds vaker dat men een nieuwe cao wil.

Bovenwettelijke uitkeringsregeling
Daarom heb ik tijdens mijn vakantie met een collega onderhandelaar nog eens de bovenwettelijke uitkeringsregeling helemaal doorgespit en voorbeeldberekeningen gemaakt. We waren op zoek naar een voorstel dat zowel voor ons als voor de werkgevers acceptabel is en de bovenwettelijke uitkering is in de onderhandelingen het grootste struikelblok. Begin september hebben we namens drie van de vier vakbonden bij de werkgevers een voorstel neergelegd dat volgens ons de oplossing van het cao-conflict kon zijn. Helaas kregen we al snel te horen dat de werkgevers dit niet als oplossing zagen.

Nieuw voorstel
Afgelopen maandag hebben we met een paar werkgevers om tafel gezeten om te onderzoeken hoe we een voorstel kunnen maken dat wel leidt tot een nieuwe cao. Dat voorstel hebben we de dag erna voorgelegd aan de werkgevers, die het vervolgens op woensdag hebben ingebracht bij hun ledenvergadering. Na lang wachten liet de werkgeversdelegatie mij weten dat zij denken op grond van ons voorstel tot een cao te kunnen komen. “Daarvoor moeten we nog wel wat puntjes op de i zetten”, aldus de werkgevers, “maar het is niet de bedoeling om over het voorstel zelf te onderhandelen.”

Er lijkt dus licht aan het eind van de (lange) tunnel, maar we zijn er nog niet uit.

Tanja Magnée
Bestuurder FNV KIEM

Print deze pagina

/ Kiem Reacties

  • zondag 30 september 2012 / Nico Strubbe

    aub erg goed letten op deze website : http://www.arbeidsrechter.nl/bw

  • zondag 30 september 2012 / Nico Strubbe

    7:668a, tweede lid, BW is ook een interessante voor vele werkgevers.....werkgevers doorbreken bewust de ketenregeing na 3 jaar.

  • zondag 30 september 2012 / Nico Strubbe

    40 % van de CAO's !!!!!!!werkgevers in de kunsten werken op dit ogenblik met deze constructie : dus opletten:" Arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde werknemer en verschillende werkgevers die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs als elkaars opvolgers zijn te beschouwen, worden geacht tot dezelfde ketting te behoren. Dit alles ter voorkoming van de zogenoemde 'draaideurconstructie': i.c. opeenvolging van tijdelijke contracten, dan weer uitzendkracht zijn, zonder ooit in vaste dienst te komen. Afwijking ten nadele van de werknemer is slechts mogelijk bij CAO; dit komt volgens onderzoek voor in ca 40% van de CAO's

  • donderdag 20 september 2012 / Tanja Magnée

    Het niet verlengen van tijdelijke contracten is uiteraard ook een van de redenen waarom ik graag een nieuwe cao wil afspreken. Het stukje over de VAR dat je kopieerde, toont aan dat de oplossing van veel werkgevers geen oplossing is. Zij ontslaan docenten en bieden hen dan aan om als zelfstandige voortaan dezelfde lessen te verzorgen, eventueel met korting op het huren van lesruimte. Voor zowel werkgever als (voormalig) werknemer kleven hier grote risico's aan. FNV KIEM heeft een brochure geschreven over de zelfstandige professional in de kunsteducatie. De brochure is te downloaden op http://www.fnv-kiem.nl/pagina/zelfstandigen/kunsteducatie-zp

  • dinsdag 18 september 2012 / Nico Strubbe

    Ik hoop dat een nieuwe CAO snel gemaakt wordt want vele collega's werkzaam in de kunsteducatie zijn hierdoor nu door hun werkgevers geconfronteerd met het niet verlengen van hun contract ......

  • dinsdag 18 september 2012 / Nico Strubbe

    De grenzen van de VAR (1)
    Door: mr. Ton Lamers
    KNTV Magazine nr. 64, september 2009
    Onder musici is de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) inmiddels een bekende rechtsfiguur. In deze
    verklaring neemt de fiscus op basis van de door de aanvrager verstrekte gegevens een standpunt
    in met betrekking tot de fiscale relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer als het gaat om de
    inhoudingsplicht en premieplicht voor het komende jaar. We kunnen dus vaststellen dat de VAR
    iets zegt over de zelfstandigheid van de opdrachtnemer voor de loonheffingen. De opdrachtgever
    is in beginsel niet inhoudingsplichtig indien de opdrachtnemer beschikt over een VAR met de
    status WUO (Winst uit onderneming) of VRR (Voor Rekening en Risico van de vennootschap). Met
    nadruk schrijf ik ‘in beginsel’ want ook aan de fiscale werking van de VAR zitten grenzen maar
    deze zal ik in de volgende uitgave behandelen.
    Een VAR maakt nooit zelfstandig in arbeidsrechtelijke zin.
    In de praktijk word ik regelmatig geconfronteerd met de gedachte dat de VAR WUO of VRR een
    soort vrijbrief is om iemand niet in dienstbetrekking te hoeven nemen. Ik bedoel daarmee dat met
    name opdrachtgevers/werkgevers menen de VAR WUO of VRR te kunnen inzetten om de regeling
    van art. 7:610a te omzeilen. Met name kunst- en onderwijsinstellingen plachten deze weg steeds
    vaker te volgen dus hierna zal ik voorbeelden uit het onderwijs geven.
    Rechtsvermoeden
    In artikel art. 7:610a BW is het zogenaamde rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst
    vastgelegd. Het artikel beoogt eventuele onduidelijkheid over de aard van de arbeidsrelatie weg te
    nemen. De tekst luidt: ‘Hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander
    gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste 20 uren per
    maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst’.
    Het komt er dus op neer dat als een docent door een muziekschool wordt ingehuurd en de docent
    geeft wekelijks les (al is het maar een uur per week) of de docent geeft maandelijks tenminste 20
    uur les, dan is er in beginsel sprake van een arbeidsovereenkomst. Er is hier dus sprake van een
    omkering van de bewijslast. De opdrachtgever/werkgever krijgt zonodig de gelegenheid om te
    bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar dat laatste zal niet eenvoudig
    zijn. Het bestaan van een schriftelijke overeenkomst waarbij de arbeidsrelatie als een andere
    overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst wordt geduid is op zichzelf niet voldoende bewijs.
    Het heeft dus geen zin om in een overeenkomst vast te leggen dat partijen niet beogen een
    arbeidsovereenkomst aan te gaan. Op dezelfde wijze bewijst een VAR WUO of VRR helemaal
    niets als het gaat om de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst vanuit civiel
    perspectief. De rechter zal altijd toetsen aan de feitelijke omstandigheid. Deze feitelijke
    omstandigheid is vastgelegd in art. 7:610 BW (Definitie arbeidsovereenkomst) en komt er op neer
    dat de rechter onderzoekt of er sprake is van gezag waarbij het voldoende is dat de
    opdrachtgever/werkgever aanwijzingen zou ´kunnen´ geven, de opdrachtnemer/werknemer loon
    ontvangt en of de opdrachtnemer/werknemer de arbeid (lessen) zelf moet geven.
    Dwingend recht
    Ik ontmoet nogal eens de gedachte dat een dienstbetrekking kan worden vermeden door een
    contract op te stellen waarin deze dienstbetrekking nadrukkelijk wordt ontkend. Met doet dat dan
    door de overeenkomst bewust niet ‘arbeidsovereenkomst’ te noemen maar bijvoorbeeld
    ‘overeenkomst van opdracht’ of ‘freelanceovereenkomst’. In dit soort contracten is dan vaak een
    ontkennend artikel opgenomen zoals bijvoorbeeld; “Partijen beogen geen arbeidsovereenkomst
    aan te gaan”. Dit soort exercities zijn volstrekt onzinnig omdat het arbeidsrecht, zoals dat juridisch
    zo mooi heet, van dwingend recht is. De burger kan dus niet op eigen gezag van dit soort regels
    afwijken. Alleen aan de hand van de feitelijke situatie zal door de rechter worden bepaald of er
    sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wijze waarop men dat toetst is vastgelegd in art
    7:610a BW en daarmee is de kous af. De naam en de schriftelijke inhoud die men aan de
    overeenkomst geeft doen er niet toe, het gaat om de feitelijke situatie.
    De gevolgen
    Een VAR WUO of VRR maakt een docent dus nadrukkelijk niet zelfstandig vanuit civiel
    perspectief. Als aan de criteria van art 7:610a en 7:610 is voldaan dan is er sprake van een
    normale dienstbetrekking. Docenten die langer dan drie maanden aan een school doceren hebben
    dus een arbeidsovereenkomst met alle gevolgen van dien. Zo kan de werkgever de overeenkomst
    dus niet zomaar opzeggen maar moet hij de wettelijke ontslagregels in acht nemen
    Vind ik leuk ·

 
 __   __   __   __    _  _     _____                ___    
 \ \\/ //  \ \\/ //  | \| ||  |  ___||     ___     / _ \\  
  \   //    \ ` //   |  ' ||  | ||__      /   ||  / //\ \\ 
  / . \\     | ||    | .  ||  | ||__     | [] || |  ___  ||
 /_//\_\\    |_||    |_|\_||  |_____||    \__ || |_||  |_||
 `-`  --`    `-`'    `-` -`   `-----`      -|_|| `-`   `-` 
                                            `-`