/ Kiem Nieuws

RSS

Debat atelier- en broedplaatsenbeleid goed bezocht

donderdag 31 mei 2012 / Redactie / geen reacties

Ruim 50 kunstenaars, beleidsmakers en vertegenwoordigers van Woningbouwverenigingen discussieerden woensdag 23 mei in Pakhuis de Zwijger over het atelier- en broedplaatsenbeleid in Amsterdam. 

Aanleiding van het debat was de notitie “Beleidskader-en atelier- en broedplaatsenbeleid Metropoolregio Amsterdam 2012- 2016”. Het voorgestelde beleidskader is op 30 mei in de Raadscommissie WBK besproken. Op basis van de conclusies van het debat heeft Reinder van der Woude- namens FNV KIEM- op deze avond ingesproken. 

Twee onderwerpen
Irene Helle, bestuurder FNV KIEM, opende het symposium en gaf als startpunt het doel van de bijeenkomst aan: FNV KIEM wil een breed gedragen standpunt over het atelierbeleid verdedigen. Twee onderwerpen staan daarbij centraal: * Het doorstromingsbeleid met daarbij de toetsing op kwaliteit of professionaliteit * De meerwaarde van kunstenaars voor de wijk, met de vraag: ‘Kan van een kunstenaar verwacht worden dat zij een zichtbare bijdrage leveren aan de creatieve levendigheid van de stad?

Doorstroming bevorderen
Jaap Schoufour, directeur van Bureau Broedplaatsen Amsterdam, wil de doorstroming in broedplaatsen bevorderen om zo jong creatief talent een kans te geven: “In 2011 studeerden 500 jonge creatieven af van academies, voor wie geen ruimte is,” zo stelt Jaap Schoufour. “Zij vluchten de stad uit, wat zonde is voor het creatieve ontwikkeling van de stad. Om de doorstroming te stimuleren wil Schoufour dat mensen na tien jaar geen gebruik meer kunnen maken van een gesubsidieerd atelier.

Pijnpunten in de beleidsnota
Reinder van der Woude, bestuurslid van de sectorraad Kunsten van FNV KIEM en al lange tijd actief in het atelierbeleid in Amsterdam, geeft de pijnpunten in de beleidsnotitie aan: “Ten eerste de verplichte doorstroming na tien jaar. Er is al een grote doorstroming, omdat veel kunstenaars binnen tien jaar ophouden met hun beroepspraktijk als zelfstandig kunstenaar, omdat ze het niet redden,” zegt Reinder van der Woude. “De kunstenaars die overeind blijven (3% van de afstudeerders is nog praktiserend kunstenaar na 10 jaar) moeten niet gedwongen worden te verhuizen." 

Betuttelend
Daarnaast vindt Van der Woude de toetsing op kwaliteit, die in het beleidskader wordt gepropageerd betuttelend: “Welke criteria leg je aan om kunst op kwaliteit te toetsen? Er moet getoetst worden op professionaliteit,” zo stelt hij. In de discussie die hier op volgt werd een aantal ervaringen en meningen naar voren gebracht, die van belang zijn voor een beter atelier- en broedplaatsenbeleid in Amsterdam.

Doorstroming
Als argument voor een steviger doorstroombeleid werd aangevoerd dat er voor jong creatief talent geen atelierruimte in Amsterdam is: “Echter, het grote probleem is niet atelierruimte, maar betáálbare woonruimte. Het is bijna onmogelijk voor jonge instromers om woonruimte te vinden. Dat is ook de reden, dat vele jonge kunstenaars Amsterdam ontvluchten. Doorstroming wordt ook gestimuleerd, omdat de kwaliteit van atelierruimtes niet voldoet aan de eisen van huurders. Zo kent het Volkskrantgebouw een doorstroming van 30%. Mensen gaan op zoek naar kwalitatief betere ruimtes. Er zijn deelnemers aan het debat, die vinden dat kunstenaars na vijf of tien jaar niet meer in aanmerking zouden moeten komen voor subsidie op een atelier: “Na een aantal jaren moet je in staat zijn om zonder overheidssubsidie je beroepspraktijk draaiend te houden,” vinden zij. Dit is overigens een minderheid van het aantal aanwezigen.

Toetsen op professionaliteit of op kwaliteit
In de beleidsnotitie van Bureau Broedplaatsen wordt gesteld, dat getoetst zal worden op kwaliteit. Het blijft daarbij volstrekt onduidelijk welke criteria gehanteerd gaan worden. De algemene teneur tijdens het debat is dat we dat niet moeten doen. Het gaat er om dat je toetst of iemand als professioneel kunstenaar werkzaam is.

De meerwaarde van kunstenaars
Mag je van kunstenaars, die gebruik maken van een gesubsidieerd atelier verwachten dat ze zich inzetten voor de sociale cohesie in een buurt? De algehele teneur van de discussie hierover is: niet verplicht stellen, maar stimuleren. “De voordelen van activiteiten voor de buurt moeten zichtbaarder worden. Het is goed voor je netwerk, je gaat vandalisme tegen, het is erkenning van de meerwaarde van een broedplaats voor de buurt, waardoor er breder draagvlak voor kunst ontstaat.

Adviezen
De adviezen van de deelnemers aan het debat waren talrijk: “Creëer een publieke ruimte in een broedplaats, zodat het voor buurtbewoners zichtbaar is wat er gebeurt en zij ook een kijkje achter de schermen kunnen nemen."
"Als je als Broedplaats het beleid hebt dat iedereen iets moet doen in de wijk, maak het dan zo concreet mogelijk. Stel met elkaar criteria vast: bijvoorbeeld 30 uur per jaar.”

“Je kunt aan kunstenaars vragen om een projectvoorstel in te dienen, dat door de deelraad beoordeeld wordt.”

“Je kunt als Broedplaats huurders selecteren op hun maatschappelijke betrokkenheid.”

“Er is ook een Broedplaats die permanent ruimte beschikbaar stelt voor een student van een academie, die voor een korte periode gebruik kan maken van een atelier en zo kennis kan maken met het werken in een Broedplaats.

FNV KIEM wil graag met Amsterdamse kunstenaars brainstormen over de rol die FNV KIEM als vakbond kan spelen in het stimuleren van een goed atelier- en broedplaatsenbeleid. Wil je meedenken? Geef je dan op bij Irene Helle ( i.helle@fnv-kiem.nl). Je krijgt dan een uitnodiging voor een brainstorm-bijeenkomst.

Print deze pagina

/ Kiem Reacties

 
  _  __    _____     _  __     ___      ____       ___    
 | |/ //  |  ___||  | |/ //   / _ \\   |  _ \\    / _ \\  
 | ' //   | ||__    | ' //   | / \ ||  | |_| ||  | / \ || 
 | . \\   | ||__    | . \\   | \_/ ||  | .  //   | \_/ || 
 |_|\_\\  |_____||  |_|\_\\   \___//   |_|\_\\    \___//  
 `-` --`  `-----`   `-` --`   `---`    `-` --`    `---`