/ Kiem Nieuws

RSS

Blog: Downloadverbod 'criminaliseert' consumenten

dinsdag 12 april 2011 / Redactie / 1 reactie

Maandag 11 april jl. heeft de staatssecretaris Teeven zijn langverwachte speerpuntenbrief over het auteursrecht openbaar gemaakt.  De brief behandelt meerdere onderwerpen: het toezicht op de rechtenorganisaties, het versterken van de positie van makers in de onderhandelingen over auteursrechten, het beschermen van bedrijfsmodellen op internet en de steun aan EU-plannen over o.a. verweesde werken. 

Downloadverbod
Het onderwerp downloadverbod brengt meteen de pennen in beroering. FNV KIEM heeft zich al maanden geleden, in een gezamenlijk persbericht met de Ntb en de Consumentenbond, geen voorstander van het downloadverbod getoond. De staatssecretaris wil het verbod (dat zich richt tegen consumenten - de downloaders) eigenlijk gebruiken om de tussenpersonen (illegale aanbieders) aan te kunnen laten pakken.

Wij zijn er een voorstander van om in dat geval een wet te maken die zich niet richt op de consument, maar eentje die zich richt op degenen die je werkelijk wilt aanpakken: de tussenpersonen. Ofschoon Teeven stelt dat de regeling niet beoogt individuele consumenten aan te pakken, wordt het ook niet uitgesloten. Maar los daarvan, wij zien geen heil in de strategie om illegaal downloaden tegen te gaan, en tegelijkertijd het publiek te laten overstappen op betaald legaal aanbod. 

Thuiskopieheffing
Teeven stelt verder dat de thuiskopieheffing afgeschaft kan worden, omdat het downloaden uit illegale bron verboden wordt. Ten eerste betekent dit verbod niet dat consumenten geen kopieën meer maken, en bovendien zullen diezelfde consumenten ook wanneer het een legaal gekocht bestand betreft deze nog steeds de (bv muziek)bestanden voor eigen gebruik op meerdere dragers kopiëren (b.v. een liedje waar je dochter graag naar luistert: op de thuiscomputer, de mp3-speler die tijdens lange vakantiereizen op de autostereo wordt afgespeeld, en de telefoon van de dochter). 

Vergroten vertrouwen in het auteursrecht
Deze wens van Teeven (eerste speerpunt) wordt naar ons inzicht niet geholpen door het instellen van een downloadverbod, dat ten eerste downloadende consumenten 'criminaliseert', en ten tweede nadrukkelijk kiest voor een systeem waar niet voor niets juist de uitgevers en producenten voor pleiten, omdat zij daarin het meeste geld kunnen vergaren. Voor een breed gedragen vertrouwen in het auteursrecht is juist nodig dat het systeem zodanig in elkaar zit dat de makers en uitvoerenden van het auteursrechtelijk beschermd werk (de regisseur, de componist, de acteurs, de musici, de scenarioschrijvers etc.) een voldoende billijke vergoeding ontvangen voor hun creaties. Zonder hen zouden al die prachtige werken er niet zijn, en bovendien is er een breed maatschappelijk draagvlak voor het feit dat deze groep inkomsten verwerven uit de exploitatie van de werken. Dit in tegenstelling tot de verdiensten van de grote maatschappijen.

Het omarmen van een systeem dat juist door die industrie wordt toegejuicht zal de inkomsten in onevenwichtige mate naar de verkeerden laten vloeien, waarme het auteursrecht bepaald niet aan vertrouwen zal winnen. 

Auteurscontractenrecht
Goed nieuws is het dat de staatssecretaris aankondigt de invoering van auteurscontractenrecht met spoed te willen inzetten. Hiermee moet in de onderhandelingen over de auteursrechten de positie van de makers ten opzichte van bijvoorbeeld producenten verbeteren. Het is te hopen dat de staatssecretaris dit inderdaad voortvarend oppakt, en dat deze niet teveel concessies doet op het wetsontwerp. Uit zijn brief zou je kunnen opmaken dat Teeven een voorstander is van een bestseller-clausule en van een non-usus regeling. Dat geeft de maker een betere positie wanneer achteraf blijkt dat een werk niet voldoende wordt geëxploiteerd, ofwel een onverwacht succes wordt.

Maar goed, veruit de meeste situaties zijn daarmee niet ondervangen. Daar zal de exploitatie wel in voldoende mate ter hand worden genomen, en zal er geen sprake zijn van een onverwacht groot succes. Wij hopen dat er daadwerkelijk een stevige positieversterking van de maker komt, en geen regelingen die zegt dat te doen, maar waarmee men de facto in de kou blijft staan.
 
Al met al kunnen we blij zijn dat de staatssecretaris snel zal proberen het auteurscontractenrecht in de wet te verankeren. En zullen wij ons best doen ervoor te zorgen voor een zo goed mogelijke regeling voor de makers. Dat is helaas keihard nodig. Verder is het winst dat de staatssecretaris een visie over het auteursrecht heeft voorgelegd. Dat geeft een uitgangspositie in het debat en wij zullen ons best doen om de Tweede Kamer te overtuigen van onze visie. 

Rapporten
Tegerlijkertijd met de speerpuntennotitie werden ook een tweetal onderzoeksrapporten geopenbaard: 'Wat speelt er' (onderzoek onder makers over hoe zij aankijken tegen het auteursrecht in de digitale omgeving) en 'de wisselwerking tussen Auteursrecht en Mededinging'. FNV KIEM komt na bestudering van deze rapporten indien nodig met een nader standpunt.

Caspar de Kiefte
Bestuurder Kunsten

Print deze pagina

/ Kiem Reacties

  • woensdag 06 juli 2011 / Jeroen van Woezik (vanwoezik@tk.nl)

    Teeven wil dat het auteursrecht innovatie stimuleert. In zijn brief aan de Kamer onderschrijft hij, dat het een groot probleem is dat er nog te weinig legale en gebruiksvriendelijke alternatieven zijn op het downloaden uit illegale bron. Naar mijn mening moet naast het aanbieden van legale alternatieven een meerwaarde worden gecreëerd tegenover de downloads uit illegale bron. Dat is nu bijvoorbeeld het geval in de filmindustrie door films in 3D te maken. De vraag is of het beleid (en met name de speerpunten) van Teevens innovatie in de branche gaan stimuleren. Je zou zeggen dat het voorgenomen beleid niet opeens tot nieuwe inzichten omtrent meerwaarde, gebruiksgemak en innovatie leidt.

    Het downloaden uit evident illegale bron wordt onrechtmatig, maar niet strafbaar. Het door Teeven aangekondigde "afgewogen handhavingskader" (geen handhaving jegens consumenten) gaat echter lijken op het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van sommige geestverruimende middelen. Uiteraard is er veel voor te zeggen om niet jegens consumenten te handhaven. Ook de handelswijze van BREIN laat zien dat dit niets nieuws onder de zon is. Het is ook logisch gezien de verhaalsmogelijkheden van de faciliterende websites ten aanzien van consumenten. Echter zal het in beginsel aan de rechthebbende(n) zijn om te bepalen jegens wie zij haar verbodsrecht uitoefent. Wat zijn daardoor de praktische consequenties voor een dergelijk handhavingskader voor de consumenten?

    Teeven verwijst in zijn brief aan de Kamer dat de uitgangspunten van de uitzondering van artikel 45n Aw op de thuiskopie-exceptie (artikel 16 b/c Aw) moet worden doorgetrokken. Voor games en software geldt al geruime tijd dat het downloaden uit evident illegale bron onrechtmatig is, zonder dat dit tot verzwaring van de handhavingspraktijk heeft geleid. Als artikel 45n Aw ook ten aanzien van muziek en films gaat gelden, dan ontstaat een situatie waarin het kopiëren van een cd in iTunes, MP3 speler of mobiele telefoon, of een kopie voor in de auto in feite al een onrechtmatige handeling is. Is het in die zin niet beter om ten aanzien van games, muziek en films een thuiskopie-exceptie voor consumenten te behouden zonder dat daar een billijke vergoeding tegenover hoeft te staan? Naar mijn mening zou dat beter bij de praktijk aansluiten en duidelijkheid scheppen over de positie van de consument.

    Omdat het downloaden uit evident illegale bron onrechtmatig wordt, kan volgens Teeven ook de thuiskopie-exceptie op de schop (inclusief de daarbij behorende billijke vergoeding). Alberdingk Thijm stelt voor de heffing juist uit te breiden op bijvoorbeeld ook laptops et cetera. Visser is van mening dat dit een vrijbrief geeft voor consumenten, omdat iedereen zich gelegitimeerd zou voelen om alles wat los en vast zit te downloaden.

    Ik vraag me (gezien de huidige praktijk) af of het "gedogen" jegens consumenten niet sowieso een vrijbrief aan consumenten geeft om alles te downloaden. Hierbij merk ik op dat de huidige "billijke vergoeding" voor de (belevingswereld) van de gemiddelde internet gebruiker totaal irrelevant is. Zeker wat betreft zijn of haar download gedrag. De gemiddelde internet gebruiker voelt zich sowieso in algemene zin gerechtigd om alles te downloaden. Dit vindt mede zijn oorsprong in het gebrek aan meerwaarde van het legale product en het gebrek aan legale voor de consument interessante alternatieven.

    Niemand vraagt zich voordat hij of zij een album of film download af of hij genoeg lege cd'tjes heeft gekocht en daarmee de billijke vergoeding van artikel 16 c lid 2 Aw heeft betaald om aanspraak te kunnen maken op de thuiskopie-exceptie. De mindset van de internet gebruiker over het downloaden uit illegale bron moet veranderen. Daarbij draagt het “gedogen” van onrechtmatig downloaden door consumenten niet aan bij.

    Teeven geeft voor het wegvallen van de inkomsten uit de heffing op lege dragers als oplossing dat rechthebbenden de vergoeding voor het kopiëren van een thuiskopie in de prijs van het product kunnen verwerken en het kopiëren eventueel technisch kunnen reguleren. Echter, in de huidige "crisis" wat betreft verkoop van bijvoorbeeld fysieke cd's, is dit niet bepaald een marktgerichte en consument vriendelijke oplossing (en uiteindelijke moet de branche het hebben van de consument die zijn producten wil afnemen). Immers staan de prijzen voor cd's al jaren onder druk en kan bij de huidige beveiliging van een cd niemand meer de muziek op zijn pc of MP3-speler zetten. Tenslotte betalen de consumenten die het product legaal kopen voor de inbreukmakende download van de buurman.

    Naast de heffing is het voor Teeven van belang dat er makkelijker tegen inbreukfaciliterende websites opgetreden kan worden. Zorgt de invulling van de derde pijler ervoor dat rechthebbenden makkelijker kunnen optreden tegen inbreukfaciliterende websites? Wellicht dat de volgende drie punten hieraan kunnen bijdragen.

    Er zijn tal van voorbeelden te geven van rechthebbenden die juist dankzij het illegaal verspreiden van hun werk(en) bestaansrecht hebben opgebouwd en hun inkomsten bijvoorbeeld generen uit andere bronnen van inkomsten zoals het geven van optredens en het verkopen van merchandise. Dit is een complicerende factor bij het begroten van de schade die rechthebbenden hebben geleden. Zeker wanneer een groep rechthebbenden worden vertegenwoordigd.

    Ongetwijfeld valt te berekenen hoeveel downloads via een bepaalde evident illegale bron hebben plaatsgevonden, alleen hoe wordt het voordeel (grotere naamsbekendheid, dus hogere gage, meer fans dus meer merchandise verkoop en meer airplay, et cetera) dat rechthebbenden als gevolg van de illegale download genieten verrekend met de geleden schade (ex artikel 6:100 BW)?

    De rechter bepaalt immers niet alleen welk voordeel redelijk is om met de schade te verrekenen, maar ook op welke schadeposten het voordeel in mindering dient te komen. De rechter heeft bij de toepassing van het redelijkheidscriterium van artikel 6:100 BW een grote vrijheid. Wellicht een punt om enige discussie op voorhand te vermijden en een principieel standpunt op in te nemen en ten aanzien van artikel 6:100 BW een bepaling in de Auteurswet op te nemen, dat eventueel genoten voordeel uit downloads uit illegale bron, niet voor verrekening in aanmerking komt. De wet stelt in sommige gevallen buiten twijfel dat verrekening wel of niet plaats dient te vinden (zie bijvoorbeeld artikel 6:107a BW). De uitsluiting van verrekening van voordeel met de schade is in die zin geen novum.

    Daarnaast zou Teeven om de slagvaardigheid van bijvoorbeeld BREIN te vergoten, een bepaling in de Auteruswet kunnen overwegen waarin stichtingen zoals BREIN, die opkomen voor de belangen van rechthebbenden tegen inbreukfaciliterende websites, specifiek in die gevallen het recht krijgen om een schade vergoeding te eisen, hetgeen nu ingevolge artikel 3:305a lid 3 BW niet mogelijk is.

    Omdat het begroten van de schade zeer ingewikkeld kan zijn, kan ten aanzien hiervan in staffelvorm een standaard vergoeding worden opgenomen, zeg maar een standaardvergoeding per download. De begroting van de werkelijke schade zal in veel gevallen moeilijk zijn en een hoge standaardvergoeding kan naast het vergoeden van de geleden schade een afschrikwekkende werking hebben.

 
  _  _    _    _               _____    _    _      ___    
 | \| || | || | ||     ___    |  ___|| | || | ||   / _ \\  
 |  ' || | || | ||    /   ||  | ||__   | || | ||  / //\ \\ 
 | .  || | \\_/ ||   | [] ||  | ||__   | \\_/ || |  ___  ||
 |_|\_||  \____//     \__ ||  |_____||  \____//  |_||  |_||
 `-` -`    `---`       -|_||  `-----`    `---`   `-`   `-` 
                        `-`