Bezuiniging op de AOW: argumenten tegen de kabinetsplannen
woensdag 21 oktober 2009 / Redactie / geen reacties
Het kabinet gebruikt een aantal argumenten om de bezuiniging op de AOW door het verhogen van de leeftijd van 65 naar 67 jaar te onderbouwen. In deze FNV-notitie worden ze kritisch onder de loep gelegd.
Blijft de AOW wel betaalbaar?
Belangrijk argument dat je iedere keer hoort, is dat de AOW niet langer betaalbaar is. We leven langer, en in plaats van vier werkenden tegenover één gepensioneerde staan straks nog maar twee werkenden tegen over iedere gepensioneerde.
De grote denkfout in dit argument, is dat het lijkt of de AOW een werknemersverzekering is, die alleen wordt opgebracht door werkenden. Dat is niet zo: de AOW is een volksverzekering, die voor een belangrijk deel wordt betaald via de belastingen. Dat is prima vol te houden. In de eerste plaats betalen alle gepensioneerden ook steeds meer belasting. De 4 miljard waar het in deze bezuiniging over gaat, wordt volledig gecompenseerd door extra belastinginkomsten van gepensioneerden zelf. De FNV is voor het verder verhogen van het deel dat uit de belastingen komt (fiscalisering) omdat het eerlijk is dat ouderen met een hoger inkomen meer bijdragen. En betaalbaar? We geven nu minder uit aan de AOW (als percentage van het bruto binnenlands product) dan in 1980. En toen was de AOW volgens iedereen prima betaalbaar!
Wat doen we met de zware beroepen?
Het kabinet heeft een bijzonder ingewikkelde ‘oplossing’ bedacht voor de kwestie van de zware beroepen. Die houdt in dat werkgevers en werknemers samen moeten zorgen dat zware beroepen uitgebannen worden. Waar dat niet lukt, en een werknemer 30 jaar in een zwaar beroep heeft gewerkt, moet de werkgever een forse boete betalen, die het mogelijk moet maken dat die werknemer toch eerder stopt.
De FNV heeft deze regeling een ‘gedrocht’ genoemd. Het is een uitnodiging aan werkgevers om mensen uit hun bedrijf te lozen net voordat de dertig jaar om zijn. En voor veel werkgevers is het ook nog eens een onmogelijke opgave. Hoe moet een klein bedrijfje in de bouw of de metaal al zijn medewerkers ooit licht werk aanbieden? Of een thuiszorginstelling?
Van PvdA-zijde krijgt de FNV het verwijt dat we erin berusten dat mensen versleten raken in een zwaar beroep. Dat is een wel heel onterecht verwijt. De vakbeweging maakt al vele jaren werk van betere arbeidsomstandigheden, maar stuit daarbij op voortdurende tegenwerking van werkgevers op alle niveaus. Het is naïef om te denken dat we daar de komende jaren samen wel uitkomen. Sterker nog: de FNV heeft pas nog het overleg met de werkgevers over arbeidsomstandigheden moeten opschorten. De werkgevers wilden bestaande regels gewoon afschaffen en niet praten over stappen vooruit. Zwaar werk voorgoed uitbannen is een illusie. En uitzonderingen maken voor zware beroepen vereist dat je die moet benoemen. Dat wordt een eindeloos getouwtrek en gekibbel. De enige echte oplossing is die uit het eigen alternatief van de FNV: iedereen moet kunnen stoppen op 65, met een fatsoenlijke uitkering.
Mensen zelf laten kiezen
Het kabinet heeft één element uit het FNV-alternatief overgenomen, maar dan wel heel anders: de mogelijkheid toch te kiezen met 65 te stoppen. In plaats van iedereen te dwingen door te werken door de AOW pas op latere leeftijd mogelijk te maken. Maar: bij het kabinet geldt dat alleen voor de groep die op 64-jarige leeftijd nog werkt (dat is nu 13%), en ook nog een voldoende lang arbeidsverleden heeft. En bovendien gaat dat gepaard met een strafkorting: een forse verlaging van de AOW-uitkering.
In het FNV-alternatief is het uitgangspunt dat je op je 65ste kunt stoppen en dan een AOW-uitkering krijgt op een fatsoenlijk niveau. Je mag er ook voor kiezen langer door te gaan. Dat levert je dan een hogere AOW op. Voor je aanvullend pensioen geldt hetzelfde. In het kabinetsplan is het uitgangspunt dat de leeftijd omhoog gaat voor iedereen en over de hele linie. Als je toch met 65 wilt stoppen krijg je een strafkorting die op kan lopen tot 15 procent. Zo lang als je leeft.
Via de belastingaftrek dwingt het kabinet bovendien de pensioenfondsen ook de leeftijd omhoog te doen. De FNV noemt dit pensioenroof. De pensioenen zijn van werkgevers en werknemers samen. Daar heeft het kabinet vanaf te blijven.
De sociale zekerheid boven 65
De FNV krijgt van de PvdA het verwijt dat in het vakbondsalternatief mensen op hun 65e zonder inkomen komen te zitten, omdat de sociale uitkeringen (WW, WIA, etc.) ophouden op de leeftijd van 65. Dit klopt niet.
In het kabinetsplan gaat de officiële AOW-leeftijd omhoog, en moet daarom ook de leeftijd omhoog voor die uitkeringen die nu automatisch stoppen met 65. Het kabinet creëert inderdaad een gat voor mensen met een uitkering, en moet dat gat vervolgens vullen. In het FNV-plan valt helemaal geen gat. Iedereen kan net als nu met 65 stoppen met een fatsoenlijke uitkering. Dat komt omdat de AOW in dat plan welvaartsvast wordt gemaakt: de uitkering stijgt met de werkelijk verdiende lonen, in plaats van alleen maar met het gemiddelde van de cao-lonen. Daarom kun je met het FNV-alternatief ook in de toekomst nog stoppen op 65, met een fatsoenlijke uitkering. Wij slaan dus twee vliegen in één klap: de koopkracht van gepensioneerden gaat omhoog, en mensen kunnen nog steeds stoppen op 65.
Het werk moet wel gedaan worden
Het kabinet doet alsof de AOW-bezuiniging nodig is omdat we mensen tekort komen op de arbeidsmarkt. Natuurlijk willen we allemaal graag meer handen aan het bed, en voldoende leraren voor de klas. Maar gaan we dat oplossen met mensen van 66 of 67 jaar? Nee toch zeker?
In de praktijk werken nog maar heel weinig mensen op hogere leeftijd. Van de 64-jarigen werkt zoals gezegd nog maar 13 procent. En als je op je 50e werkloos wordt, is de kans dat je weer betaald werk vindt maar 10 procent. Als we zorgen dat iedereen die dat kan gewoon doorwerkt tot 65 hebben we al een wereld gewonnen. En dan is verhoging van de AOW-leeftijd ook om die reden niet nodig. Aan het probleem van de slechte kansen op de arbeidsmarkt van oudere werklozen doet het kabinet feitelijk niets. Er worden wel wat premiekortingen en bonussen gegeven. Maar die hebben in het verleden ook niet gewerkt, en komen vaak bij de verkeerde groepen terecht.
De meest sociale oplossing
Binnen de coalitie schijnt vooral de PvdA te vinden dat het kabinetsplan in feite de meest sociale oplossing is. Omdat het de oudste groepen niet raakt, en omdat er wat extra maatregelen worden genomen voor lagere inkomens en zware beroepen. De FNV vindt het juist slecht dat er een zo groot verschil tussen ouderen en jongeren wordt gemaakt.
De scherpe leeftijdsgrenzen zijn erg onrechtvaardig. Een uurtje te laat geboren zijn kan betekenen dat je een vol jaar langer moet doorwerken. Jongeren betalen het gelag, want zij moeten de volle twee jaar langer doorwerken of op een andere manier overbruggen. In het FNV-alternatief is er geen rigoreuze scheiding tussen leeftijdscategorieën, en is de solidariteit tussen jong en oud optimaal.
De tegemoetkoming van het kabinet voor lagere inkomens bestaat uit een iets lagere strafkorting als die toch eerder willen stoppen. Maar het blijft een forse verlaging van de uitkering (met 6,5 tot 13 procent), die lagere inkomens helemaal niet kunnen missen. Het kabinetsplan valt vooral goed uit voor hogere inkomens. Die kunnen gemakkelijker langer doorwerken. En krijgen ook nog een doorwerkbonus die nergens voor nodig is. Voor oudere werklozen, die na hun 65ste geen recht meer op WW hebben, verlengt het kabinet de regeling die nu al tot 65 geldt, de IOW. Dat is een minimumuitkering waarin je niet je eigen huis hoeft op te eten. Maar dit is alweer het opvullen van een gat dat het kabinet zelf laat vallen. In de AOW hoef je je eigen huis ook niet op te eten. Dus als je die gewoon op 65 laat beginnen, is er niets aan de hand.
Maar er moet toch wel bezuinigd worden?
De crisis heeft een flink gat in de schatkist geslagen, dus uiteraard moet er wel bezuinigd worden. Maar de rekening van de crisis moet natuurlijk niet juist bij de lagere en middeninkomens gelegd worden, en dat gebeurt bij de AOW-bezuiniging wel. De FNV heeft een hele serie alternatieve bezuinigingen neergelegd, die uitgaan van het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Dat kan door de hypotheekrenteaftrek voor hele dure huizen te beperken, door de hoogste inkomens extra te belasten, en door bijvoorbeeld de multinationals de belasting te laten afdragen die ze eigenlijk horen te betalen. Zo kan het ook.
Reacties