/ Kiem Faq

Hieronder de veelgestelde vragen aan FNV KIEM. Is je vraag nog niet beantwoord? Bel dan (0900) FNV KIEM (0900 36 854 36).


  • Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
    De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende een zekere tijd arbeid te verrichten. (artikel 7:610 BW).
  • Ik ben al aan het werk maar heb nog geen schriftelijke arbeidsovereenkomst, mag dat?
    Een arbeidsovereenkomst hoeft niet schriftelijk te zijn overeengekomen om rechtsgeldig te zijn. Een arbeidsovereenkomst geldt ook als de afspraken mondeling zijn gemaakt.
  • Hoe lang mag een proeftijd duren?

    Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die korter dan twee jaar duurt mag de proeftijd maximaal een maand duren, tenzij in de cao twee maanden is overeengekomen. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor een periode langer dan twee jaar, of voor een overeenkomst voor onbepaalde tijd mag een proeftijd maximaal twee maanden duren. Een langere proeftijd is nietig en heeft tot gevolg dat de proeftijdbepaling als het ware wordt doorgehaald alsof deze niet bestaat en dat er dus in het geheel geen proeftijd is overeengekomen.(artikel 7:652 BW).

    Per 1 januari 2015 mag er geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden.

  • Hoe vaak kan een werkgever een contract voor bepaalde tijd aanbieden?

    Een werkgever kan niet eindeloos bepaalde tijd contracten aanbieden. Op een bepaald moment geldt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als een contract voor onbepaalde tijd, met onder meer de daarbij behorende ontslagbescherming. Kort gezegd geldt nu het vierde arbeidscontract voor bepaalde tijd bij dezelfde werkgever als een contract voor onbepaalde tijd mits de tussenpozen (tussen de verschillende contracten) niet langer dan drie maanden bedragen.

    Ook als bij meerdere bepaalde tijdscontracten de totale duur van 36 maanden wordt overschreden, geldt dat na afloop van die periode het contract wordt omgezet als een contract voor onbepaalde tijd. Wel geldt ook hier de voorwaarde dat als er tussen twee contracten een ‘pauze’ zat, deze tussenpose niet langer dan drie maanden mag bedragen, anders begint de teller opnieuw te lopen.

    Let op: de wet staat toe dat hiervan (maximaal drie bepaalde tijdsovereenkomsten of maximaal 36 maanden) afgeweken kan worden in de cao!

    Vanaf 1 juli 2015 wordt de ketenregeling aangepast. De duur van 36 maanden wordt ingekort naar 24 maanden en de tussenpoze mag niet langer dan 6 maanden bedragen. Het aantal van 3 contracten blijft gelijk. Je werkgever mag je dus in een periode van 24 maanden 3 contracten aanbieden.

    Let op: er mag nog steeds bij cao worden afgeweken. Dit mag echter alleen voor bij de cao te bepalen functies waarbij de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering een verlenging of verhoging eist. De periode van 24 maanden kan worden verlengd tot ten hoogste 48 maanden en het aantal van 3 contracten kan worden verhoogd naar ten hoogste 6 contracten.

    Er is een overgangsperiode van een jaar voor cao-afspraken die gemaakt zijn voordat de nieuwe regels in werking treden. Mocht het niet duidelijk zijn onder welke regeling je valt, neem dan contact met ons op via 0900 36 854 36.

  • Mijn concurrentiebeding is onredelijk, wat kan ik daartegen doen?

    Voorop staat dat als een concurrentiebeding schriftelijk is overeengekomen, dit geldig is. Vaak wordt hier te gemakkelijk overheen gestapt met “dat zie ik dan wel weer” of “dat zal wel loslopen”. Als een werkgever voet bij stuk houdt is een werknemer gebonden, tenzij het concurrentiebeding echt onredelijk is. Of een concurrentiebeding onredelijk is dient in principe door een jurist beoordeeld te worden, omdat het van veel omstandigheden afhangt. Als werknemer kun je (als het concurrentiebeding bijvoorbeeld door zijn lengte inderdaad onredelijk blijkt) de rechter vragen het concurrentiebeding buiten werking te stellen (vernietigen) of te matigen, bijvoorbeeld door de rechter te verzoeken het beding te beperken tot een jaar.

    Per 1 januari 2015 mag in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen concurrentiebeding meer worden afgesproken tenzij de uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

  • Mijn ontslag is door mijn werkgever aangekondigd en ik ben naar huis gestuurd, wat moet ik doen?
    Het is van groot belang direct actie te ondernemen en niet eerst een paar dagen af te wachten. Neem zo spoedig mogelijk contact op met een jurist. Laat naar de werkgever toe direct weten het niet eens te zijn met de non-actief stelling en het ontslag. Lever niet zomaar je sleutel in.
  • Kan ik zomaar per direct ontslagen worden?

    Bij een zogeheten ontslag op staande voet kun je per direct, met onmiddellijke ingang, door een mededeling van de werkgever (die later schriftelijk bevestigd zal worden) ontslagen worden. Er moet dan sprake zijn van een dringende reden. Dringende redenen voor de werkgever kunnen bijvoorbeeld zijn als er sprake is van diefstal of verduistering, dronkenschap, grovelijke beledigingen, roekeloos gedrag, of als een werknemer bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen aan derden prijsgeeft. Ook tijdens je proeftijd kan je onmiddellijk, zonder opzegtermijn, ontslagen worden. De werkgever hoeft dan alleen het loon (en de emolumenten) te betalen over de gewerkte periode. Zie ook de vraag over hoelang een proeftijd mag duren.

    Verder geldt dat de werkgever een procedure zal moeten volgen, wil het ontslag ingezet kunnen worden. De werkgever moet zich dan tot het UWV of de kantonrechter wenden. Ook is het mogelijk dat partijen overeenstemming bereiken over de voorwaarden van beëindigen en de arbeidsrelatie door middel van een beëindigingovereenkomst eindigt. Van belang is een dergelijke (concept)overeenkomst altijd door een jurist te laten controleren, omdat er bepaalde risico’s aan kleven en onder meer het recht op een WW-uitkering in gevaar kan komen.

    Vanaf 1 juli 2015 worden er meerdere regels met betrekking tot ontslag en ook regels met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst gewijzigd. Zo mag de werkgever bijvoorbeeld alleen bij een ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen en ontslag na twee jaar ziekte zich wenden tot het UWV. In alle overige gevallen moet de werkgever zich wenden tot de kantonrechter. Als je een vaststellingsovereenkomst hebt ondertekend, dan kan vanaf 1 juli 2015 binnen 14 dagen nadat de overeenkomst overeen is gekomen door een schriftelijke verklaring de overeenkomst worden ontbonden.  

  • Ik wil meer/minder uren gaan werken; heb ik daar altijd recht op?
    In 2000 is hiertoe een speciale wet ontworpen, namelijk de Wet Aanpassing Arbeidsduur (de WAA). Hierin is opgenomen dat elke werknemer (onder bepaalde voorwaarden) recht heeft om meer of minder te gaan werken. Als de daarin beschreven procedure door werknemer gevolgd wordt – onder meer dient het schriftelijke verzoek tenminste vier maanden voor het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing te worden ingediend bij de werkgever – dan mag een werkgever dit verzoek alleen weigeren indien de vermindering of vermeerdering van het aantal uren een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang in de weg staat, en indien die vermindering of vermeerdering leidt tot ernstige problemen van (bijvoorbeeld) organisatorische aard. Deze WAA geldt alleen voor bedrijven waar tien of meer werknemers werkzaam zijn. Bij minder werknemers geldt echter wel een zekere reflexwerking.
  • Na mijn ziekmelding heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat ik niet ziek ben. Mijn huisarts vindt dat ik niet moet gaan werken. Wat moet ik nu doen?

    Je kunt een second opinion aanvragen bij het UWV. In het geval het UWV met terugwerkende kracht zou oordelen dat je niet ziek bent geweest, heb je wel een probleem. In dat geval kun je ten onrechte niet op je werk zijn verschenen. Dit moet je dan met je werkgever op trachten te lossen.
     

  • Mag de werkgever de arbeidstijd van 36 naar 40 uur wijzigen?

    Je werkgever mag de arbeidstijd niet zomaar eenzijdig veranderen. In het geval een werkgever deze wijziging wil doorvoeren, moet hij daarvoor met jou in overleg treden. Je kan contact opnemen met een jurist (je vakbond) om het voorstel/de wijziging te laten toetsen.

  • Ik zit in de or van het bedrijf waar ik werk. Kan ik ergens terecht voor advies?

    Or-leden kunnen contact opnemen met onze OR-service via info@orservice.info. Stuur ons een e-mail met vermelding van je vraag en NAW-gegevens en de OR-service neemt zo spoedig mogelijk contact met je op. Meer informatie over de OR-service.
     

  • Wat is Ledenvoordeel FNV?

    Met Ledenvoordeel FNV ontvangen de leden aantrekkelijke kortingen bij uiteenlopende bedrijven. De FNV doet graag iets extra's voor haar leden en met dit voordeel verdient u uw contributie al gauw weer terug. Dat is dubbel voordeel!

  • Er wordt naar mijn bondsnummer gevraagd bij een voordeel. Wat is dat?

    Het bondsnummer van FNV KIEM is 15. Hier kan om gevraagd worden bij het Ledenvoordeel FNV-programma.

  • Kunnen jullie mij helpen met het invullen van mijn belastingformulier?

    FNV Belastingservice helpt leden in loondienst gratis met het invullen van de belastingformulieren. Voor zelfstandigen geldt een speciaal tarief.

  • Hoeveel contributie betaal ik bij FNV KIEM?

    De contributie is afhankelijk van je persoonlijke situatie. Mensen die parttime werken, studeren of even niet werken krijgen korting op hun lidmaatschap. Fulltimers betalen nog geen 17 euro per maand. 

    Contributietarieven

  • Mijn werkgever heeft mij op staande voet ontslagen. Wat moet ik nu doen?

    Je moet allereerst een aangetekende brief naar je werkgever sturen. Hierin geef je aan dat je het niet eens bent met je ontslag, dat je nog steeds bereid bent om je werkzaamheden uit te voeren, en dat je loondoorbetaling eist.

    Daarna moet je een jurist/je vakbond inschakelen om een oplossing te onderzoeken. Wij raden je aan nog even te wachten met het informeren van het UWV. Het kan zijn dat de werkgever nog een rechter inschakelt om het ontslag te bevestigen. Als je deze kwestie niet goed regelt, loop je het risico verwijtbaar werkloos te worden en dan heb je geen recht op een WW-uitkering.

  • Ik ben vanmorgen naar huis gestuurd door mijn werkgever. Morgen moet ik terugkomen voor een gesprek met PZ en de directie. Moet ik dit doen of moet ik me ziek melden?
    Je kunt naar dit gesprek gaan en je werkgever aanhoren. Vraag om eventuele voorstellen op papier te laten zetten en neem over de situatie contact op met FNV KIEM.
  • Ik overweeg om ontslag aan te vragen. Ik heb hier verder geen problemen, maar ik werk hier al zo lang. Krijg ik nog een aantal maanden salaris mee als ik nu weg ga?

    Nee, als je zelf ontslag neemt, dan heb je nergens recht op: niet op een WW-uitkering, en zeker niet op een aantal maanden salaris. Wij raden je dit ten zeerste af! Wel kun je trachten onder begeleiding van FNV KIEM een regeling te treffen met je werkgever.

    Vanaf 1 juli 2015 krijgt elke werknemer bij ontslag door de werkgever na ten minste twee jaar dienstverband een vergoeding, met een maximum van € 75.000. Voor mensen die per jaar meer dan € 75.000 verdienen is de vergoeding maximaal een jaarsalaris. Deze vergoeding heet de transitievergoeding.

    De vergoeding wordt berekend naar het aantal gewerkte jaren(anciënniteit). Voor de eerste tien gewerkte jaren krijg je een derde maandsalaris per jaar en voor alle jaren daarna een half maandsalaris. Als werkgevers aantoonbaar investeren in goede scholing en andere activiteiten en inspanningen die je arbeidsmarktkansen vergroten, dan kunnen die kosten van de transitievergoeding worden afgetrokken. Voor deze verrekening gelden speciale regels.

    Het is niet verplicht om de transitievergoeding aan scholing te besteden. Als je niet direct aan de slag komt, kan de vergoeding ook gebruikt worden ter aanvulling van het inkomen of de uitkering tijdens de werkloosheid. In een sociaal plan kunnen vakbonden met het bedrijf ook hogere vergoedingen dan de transitievergoeding afspreken.

  • Hoe lang duurt een ontslagaanvraag?
    Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Over het algemeen streeft het UWV-werkbedrijf ernaar om de aanvraag binnen vier tot zes weken af te handelen. In de praktijk is dit dikwijls langer dan acht weken.
  • Moet bij de aanvraag van een ontslagvergunning altijd verweer worden gevoerd?

    Nee, een werknemer hoeft per 1 oktober 2006 niet langer te protesteren tegen zijn ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. Wel moet een werknemer zich in enige mate inzetten om de arbeidsverhouding voort te zetten. Daarnaast is een werknemer die zich heeft misdragen of zelf ontslag heeft genomen, nog steeds verwijtbaar werkloos. Tot slot blijft het natuurlijk in sommige situaties raadzaam om te protesteren c.q. verweer te voeren. Neem daarom bij een ontslagaanvraag contact met ons op.

  • Hoe lang blijft de ontslagvergunning geldig?

    Acht weken. Een werkgever moet binnen acht weken na toezending gebruikmaken van de ontslagvergunning door de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen. Laat de werkgever na om binnen deze termijn de arbeidsovereenkomst op te zeggen, dan kan hij de ontslagvergunning niet meer gebruiken en zal hij opnieuw een vergunning moeten aanvragen als hij de werknemer wil ontslaan.

    Vanaf 1 juli 2015 is de ontslagvergunning nog maar 4 weken geldig na de dagtekening van de beslissing op het verzoek.

  • Is een ontslagvergunning altijd verplicht?

    Nee. Er hoeft in beginsel geen ontslagvergunning te worden gevraagd bij:
    • beëindiging tijdens de proeftijd;
    • beëindiging met wederzijds goedvinden;
    • ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de rechter vanwege gewichtige redenen;
    • beëindiging van de arbeidsovereenkomst van rechtswege (vanaf 1 januari 2015 geldt voor beëindiging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor 6 maanden of langer een aanzegplicht. Je werkgever moet uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt aangeven of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet en onder welke voorwaarden. Geeft de werkgever niet op tijd aan of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, dan is de werkgever een vergoeding van maximaal 1 maandsalaris aan de werknemer verschuldigd);
    • beëindiging met een vaststellingsovereenkomst (leg dit wel eerst voor aan een deskundige);
    • ontslag op staande voet;
    • beëindiging tijdens faillissement.

    Vanaf 1 juli 2015 kan een werkgever alleen een ontslagvergunning aanvragen bij een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en na langdurige arbeidsongeschiktheid (ten minste 2 jaar).

  • Heb ik bij ontslag altijd recht op een ontslagvergoeding?

    Nee, onder de huidige wetgeving niet. Dit verandert per 1 juli 2015. Vanaf dan krijgt elke werknemer bij ontslag door de werkgever na ten minste twee jaar dienstverband een vergoeding, met een maximum van € 75.000. Voor mensen die per jaar meer dan € 75.000 verdienen is de vergoeding maximaal een jaarsalaris. Deze vergoeding heet de transitievergoeding.

    De vergoeding wordt berekend naar het aantal gewerkte jaren (anciënniteit). Voor de eerste tien gewerkte jaren krijg je een derde maandsalaris per jaar en voor alle jaren daarna een half maandsalaris. Als werkgevers aantoonbaar investeren in goede scholing en andere activiteiten en inspanningen die je arbeidsmarktkansen vergroten, dan kunnen die kosten van de transitievergoeding worden afgetrokken. Voor deze verrekening gelden speciale regels.

    Het is niet verplicht om de transitievergoeding aan scholing te besteden. Als je niet direct aan de slag komt, kan de vergoeding ook gebruikt worden ter aanvulling van het inkomen of de uitkering tijdens de werkloosheid. In een sociaal plan kunnen vakbonden met het bedrijf ook hogere vergoedingen dan de transitievergoeding afspreken.

    Of je recht hebt op een ontslagvergoeding is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Via het UWV-werkbedrijf kun je geen ontslagvergoeding van de werkgever afdwingen. Het UWV-werkbedrijf beslist bij een ontslagaanvraag alleen of er al dan niet een ontslagvergunning wordt verstrekt. Via de kantonrechter is het daarentegen in sommige gevallen wel mogelijk om een vergoeding af te dwingen mocht daarvoor aanleiding zijn. Tot slot is het mogelijk dat in een cao staat vermeld dat je bij ontslag in aanmerking komt voor een ontslagvergoeding.

  • Wat gebeurt er als wordt opgezegd zonder ontslagvergunning?

    Als de werkgever zonder ontslagvergunning opzegt, terwijl er wel een vergunning is vereist (en de kantonrechter de overeenkomst niet heeft ontbonden), is het ontslag vernietigbaar. De nietigheid van het ontslag kan dan binnen twee maanden na de opzegging worden ingeroepen en doorbetaling van het salaris worden gevorderd. De vordering moet binnen zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst worden gestart.

    Als er vanaf 1 juli 2015 wordt opgezegd zonder ontslagvergunning, of instemming van de werknemer, dan kan de werknemer de kantonrechter verzoeken om de opzegging te vernietigen. Deze procedure moet worden gestart binnen 2 maanden na de dag waarop het dienstverband is beëindigd.

  • Wordt er na twee jaar ziekte altijd een ontslagvergunning verstrekt?
    Dit hoeft niet het geval te zijn. De werkgever heeft in principe gedurende de eerste twee jaar de verplichting om het loon door te betalen en geldt er een ontslagverbod tijdens ziekte. Na twee jaar geldt dit ontslagverbod niet meer en kan de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV. Voordat het UWV-werkbedrijf dan eventueel een ontslagvergunning verstrekt, vraagt het UWV-werkbedrijf eerst advies aan de verzekeringsarts en bestudeert zij de relevante documenten ten aanzien van je ziekte. Hierbij wordt gekeken of er binnen afzienbare tijd nog een terugkeer van de werknemer mogelijk is. Als er geen kans is op terugkeer zal de ontslagvergunning in principe worden verstrekt.
  • Wordt door het UWV-werkbedrijf een ontslagvergoeding toegekend?

    Het UWV-werkbedrijf oordeelt niet over ontslagvergoedingen. Het UWV-werkbedrijf beoordeelt alleen of er al dan niet een ontslagvergunning wordt verstrekt. De afwezigheid van een ontslagvergoeding kan echter wel een rol spelen bij de redelijkheid van het ontslag. Vanaf 1 juli 2015 geldt de transitievergoeding.

  • Hoe beoordeelt het UWV-werkbedrijf de ontslagaanvraag?

    Dit is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden van het geval zoals de reden van de ontslagaanvraag. Over het algemeen zal het UWV-werkbedrijf zoveel mogelijk de mogelijkheden en belangen van de werkgever en de werknemer bekijken en beoordelen. Bij een ontslagaanvraag vanwege bedrijfseconomische redenen zal het UWV-werkbedrijf in eerste instantie beoordelen of de werkgever deze redenen aannemelijk heeft gemaakt en of het afspiegelingsprincipe juist is toegepast en of aan de herplaatsingsinspanning is voldaan. Bij ontslag wegens in persoon gelegen factoren zoals functioneren, moet de werkgever zijn stellingen onderbouwen. Het UWV-werkbedrijf beoordeelt of er sprake is van onvoldoende functioneren en of er voldoende gelegenheid is geweest voor de werknemer om het functioneren aan te passen/ verbeteren. Daarnaast moet natuurlijk vaststaan dat er geen sprake is van ziekte van de werknemer.

    Vanaf 1 juli 2015 kan een werkgever alleen een ontslagvergunning aanvragen bij een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en na langdurige arbeidsongeschiktheid (ten minste 2 jaar).

  • Kan een werkgever in beroep als het UWV-werkbedrijf de ontslagvergunning weigert?

    Nee. Formeel kan de werkgever dan nogmaals een verzoek indienen bij het UWV-werkbedrijf, maar dit heeft alleen zin als er nieuwe feiten en omstandigheden aanwezig zijn. De werkgever kan ook aan de rechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Hij vraagt de rechter dan de overeenkomst te ontbinden vanwege gewichtige redenen.

    Per 1 juli 2015 verandert het systeem. Een werkgever kan bij een weigering van de ontslagvergunning binnen twee maanden na de dag waarop de toestemming is geweigerd zich wenden tot de kantonrechter met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

  • Wat is het afspiegelingsprincipe?
    Indien er sprake is van een reorganisatie of als er meerdere medewerkers vanwege bedrijfseconomische redenen worden ontslagen, dan dient het afspiegelingsprincipe te worden toegepast. Aan de hand van uitwisselbare functies en leeftijdsopbouw wordt bepaald wie voor ontslag in aanmerking komt. Uitwisselbare functies zijn functies die naar aard, inhoud, functieniveau, beloning en omstandigheden over en weer vergelijkbaar en gelijkwaardig zijn.
  • Is het afspiegelingsprincipe verplicht?
    Ja. In bijzondere gevallen kan het UWV-werkbedrijf van het principe afwijken. Dit kan als een werkgever aantoont dat de werknemer, die voor ontslag in aanmerking komt, over bijzondere kennis en vaardigheden beschikt, zodat hij voor het bedrijf onmisbaar is, met een beroep op de hardheidsclausule of in geval van een zwakke arbeidsmarktpositie.
  • Wat moet ik doen als mijn werkgever gaat reorganiseren?
    Bij reorganisatie kun je in actie komen op het moment dat je een ontslagaanvraag ontvangt. Je kunt dan met behulp van FNV KIEM een ontslagverweer opstellen. Soms bestaat de mogelijkheid voor die tijd bezwaar te maken bij een Commissie uit een sociaal plan of uit de branche. Dit kan zinvol zijn op het moment dat er door te wachten op de ontslagprocedure een nadeel ontstaat, dat niet meer is terug te draaien en invloed heeft op je ontslag. In het geval er een zogenaamd opzegverbod bestaat, kan een ontslag via het UWV uiteindelijk ten onrechte zijn. Mocht je naar huis worden gezonden, protesteer dan direct mondeling en schriftelijk.
  • Wat gebeurt er met mijn arbeidsovereenkomst als mijn werkgever failliet gaat?

    Als je werkgever failliet is verklaard, zal de curator de arbeidsovereenkomst meestal opzeggen. De opzegtermijn waar de curator zich aan moet houden, is de geldende opzegtermijn met een maximum van zes weken. (Als je op 1 januari 1999 45 jaar of ouder bent en nog bij dezelfde werkgever in dienst, geldt mogelijk een langere termijn.) Als je van je werkgever geen salaris meer ontvangt, kun je dit - met een maximum van 13 weken voor de opzegging - via het UWV vergoed krijgen. Vakantiedagen en –toeslag worden tot een jaar terug vergoed. Mocht je gevraagd worden om te blijven werken, dan moet je je daar wel aan houden.

  • Hoeveel vakantiedagen bouw ik op?
    Voor ieder jaar dat je op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam bent, heb je recht op minimaal viermaal de (overeengekomen) arbeidsduur per week. Je bouwt al vakantiedagen op vanaf het moment dat je in dienst treedt. Zowel in de arbeidsovereenkomst als de cao kunnen meer vakantiedagen zijn overeengekomen.
  • Wanneer kan ik vakantie opnemen?
    Je vakantieverzoek dien je (schriftelijk) in bij de werkgever. De werkgever kan binnen twee weken je verzoek weigeren. Hij zal dan moeten aangeven waarom hij je verzoek weigert. Mocht de werkgever je verzoek binnen twee weken niet hebben afgewezen, dan is de vakantie in principe vastgesteld (naar jouw wensen). Na deze twee weken kan de werkgever je vakantie alleen weigeren als daarvoor een gewichtige reden aanwezig is. In dat geval kan het redelijk zijn dat de werkgever de kosten vergoed die je hebt gemaakt. In sommige situaties kan de werkgever je vakantie ook verplicht vaststellen. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij een collectieve bedrijfssluiting. In de cao kan dit staan vermeld.
  • Hoeveel vakantiegeld krijg ik?

    In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) staat dat er recht bestaat op vakantiegeld van 8% van het brutoloon. Sommige cao´s geven echter meer dan dit wettelijke minimum. Vakantiegeld hoeft in principe niet te worden betaald over overwerk, winstuitkeringen, spaarloon, en onkostenvergoedingen. Het maximale wat je aan vakantiegeld krijgt is 8% van driemaal het wettelijk minimumloon. Volgens de wet moet het vakantiegeld eenmaal per jaar uiterlijk in juni worden uitbetaald. In de praktijk wordt dit meestal in mei betaald. Raadpleeg hiervoor je cao.

  • Wat is het verschil tussen licentie en overdracht van rechten?

    Het grote verschil is dat je bij licentie eigenaar van je rechten blijft. Als een investeerder (producent of uitgever) met jouw muziekopnamen de markt op wil, dat wil zeggen geluidsdragers op de markt wil gaan brengen of je muziek wil aanbieden aan commerciële producenten, zal hij schriftelijk toestemming daarvoor moeten hebben. Je geeft die toestemming doordat je (een gedeelte van) je rechten overdraagt aan de investeerder of doordat je de exploitatierechten in licentie geeft. Als je product af is geniet het de voorkeur om je werk in licentie te geven. De producent krijgt dan de rechten om voor een bepaalde periode en in een bepaald territorium je werk te exploiteren. Na de periode zullen die rechten, als je het contract niet wil continueren, weer aan jou terug vallen. Je blijft dus eigenaar. Je werk is slechts voor een periode “verhuurd”. Bij overdracht van rechten heb je een minder sterke positie. De investeerder treedt tegen een bedongen vergoeding in feite in jouw positie. Je rechten zullen weer terug overgedragen moeten worden wil je weer eigenaar daarvan zijn.

  • Hoe kan ik mijn werk, opnamen of auteursrechtelijk werk, beschermen tegen stelen?

    Als het voorkomt dat je iemand anders jouw muziek hoort gebruiken zonder dat je daar toestemming voor hebt gegeven, kan je bij de rechter een verbod inroepen. De ander zal dan moeten aantonen dat hij schriftelijk van jou toestemming heeft gekregen om het werk/opnamen te gebruiken. Als de ander zich verweert, bijvoorbeeld bij het gebruik van een melodie die van jou is, dat hij zelf die melodie heeft bedacht, zit je in de problematiek van het plagiaat.

    Bij plagiaat speelt het bewijsrecht een doorslaggevende rol. Je zal moeten bewijzen dat jij eerder dan de ander de melodie hebt gemaakt. Aanmelding bij Buma of Sena biedt daarbij geen soelaas, deze organisaties zijn niet gericht op bescherming van je materiaal maar op exploitatie ervan. Met elk soort bewijs kan je aantonen dat je op een bepaalde datum de gewraakte melodie al in je “bezit” had. Dat kunnen dus getuigenverklaringen van vrienden zijn en mede auteurs- of artiesten zijn, maar het kan ook een bewijsstuk zijn van het i-Depot van het Benelux-Bureau van de Intellectuele Eigendom (BBIE).

  • Is het noodzakelijk om je muziek bij een muziekuitgever te laten uitgeven?
    Nee, dat is niet noodzakelijk. Hoewel in elke platenovereenkomst een beding staat dat je als artiest verplicht bent om, indien je ook schrijver bent, de auteursrechten over te dragen aan een door de producent aan te wijzen muziekuitgeverij, is het niet noodzakelijk dat een uitgever betrokken is bij het op de markt brengen van muziek. De groep BZN is het beste voorbeeld van een succesvolle groep die hun grootste hits zonder de bemoeienis van een muziekuitgever hebben gescoord. Wel is het zo dat je er als beginnende act in de popmuziek vaak niet onder uit komt om bij een uitgever te tekenen als je een platencontract aangaat. De meeste producenten zijn namelijk ook uitgever en zullen de kans om via het auteursrecht een deel van hun investeringen terug te krijgen, niet laten lopen. Gelukkig is er een goede methode om werk dat niet wordt gebruikt, dat dus niets of nauwelijks iets oplevert, terug te krijgen van een muziekuitgever middels buitengerechtelijke ontbinding van de uitgave-overeenkomst.
  • We kunnen ergens optreden, maar ontvangen hiervoor geen vergoeding. Moeten we dat doen?
    Als je begint met een bandje en niemand kent je, wordt je ook niet gevraagd om ergens te spelen. Dan is het probleem niet zozeer dat je niets verdient, maar dat je niet eens gelegenheid hebt om te laten horen wat je kan. In zo’n situatie kan het zinvol zijn om ergens te gaan spelen zonder dat je daarvoor wordt betaald. Het lijkt me dan wel logisch dat je de onkosten vergoed krijgt. Maar als je in een volle zaal terecht komt kan je zelfs, bij uitzondering van vergoeding afzien als je maar bekendheid krijgt en materiaal van je band uit kan delen.
  • We kunnen een optreden krijgen, maar dit wordt niet door middel van een contract vastgelegd. Is het verstandig om dit te doen?
    Ik ga er van uit dat er wel een afspraak is dat je geld krijgt voor je optreden. Als de zaal zegt dat een contract niet nodig is kan je altijd de afspraken die gemaakt zijn (hoe laat beginnen, welke spullen neem je mee, welke spullen zijn er, wat krijg je betaald, hoeveel consumptiebonnen, tot hoe laat spelen, welke datum) in een brief zetten en mailen, faxen, opsturen. Het liefst op een manier dat je later kan bewijzen dat de ander die brief heeft ontvangen, bijvoorbeeld samen met een ander door de brievenbus gooien, faxen met verzendbewijs of aangetekend sturen.
  • We mogen ergens spelen, maar we hebben geen eigen geluidsboxen. Kan je vragen of ze dat verzorgen?
    Als je een bandje hebt, zullen de bandleden minimaal wel hun eigen instrumenten bezitten en de daarbij behorende apparatuur. Het komt wel voor dat een band niet zelf een zangversterking en microfoons heeft die geschikt zijn voor een zaal. Het is niet ongebruikelijk dat een zaal zijn eigen zangversterking heeft, met microfoons. Voor gitaar- en bas versterkers moet je zelf zorgen.
  • We zijn op zoek naar iemand naar iemand die voor ons de spullen heen en weer wil rijden. Wat moet je zo iemand betalen?

    Daar zijn geen tarieven voor, zoals er ook geen tarieven zijn voor optredens, waar alle partijen zich aan houden. Wat je zo iemand betaalt moet je dus uitonderhandelen. Daarbij spelen allerlei uitgangspunten die je zelf goed kan bedenken een rol. Het belangrijkste punt is dat je afweegt wat je zelf nog overhoudt na betaling van zo’n “roadie”. Sommige bands geven liever geld uit aan roadies om na een optreden niet zelf te hoeven sjouwen, dan dat ze zelf geld verdienen.

  • Samen met een vriend heb ik muziek en een tekst geschreven. We willen die onbeperkt ter beschikking stellen. Hoe moeten we dit doen?
    Wie muziek en een tekst heeft geschreven is een auteur, en die valt onder de Auteurswet. Deze wet geeft een auteur een wettelijke bescherming tot 70 jaar na zijn dood van af het moment dat het “auteursrechtelijke werk” (de tekst en de muziek) klaar is. Dat wil zeggen, als de auteur vindt dat het af is. Die bescherming betekent die niemand het “werk” mag gebruiken zonder toestemming van de auteur. Als je merkt dat dat wel is gebeurd kan je naar de rechter stappen en een verbod inroepen. Daarom spreken we ook wel van een verbodsrecht. Je hoeft er dus niets voor te doen om die bescherming te krijgen. Als je vindt dat iedereen het “werk” zonder jou toestemming mag gebruiken, moet je dat duidelijk maken als je het werk openbaar maakt, bijvoorbeeld als je het op het internet beschikbaar stelt. Je kunt dan bijvoorbeeld vermelden dat je afziet van je rechten en het werk vrijwillig toevoegt aan het “publiek domein”. De vraag die ik aan jou wil stellen is: waarom zou je dat doen? Wat schiet je er mee op?
  • Mijn vriend en ik hebben zelf muziek en een tekst geschreven. Wij willen duidelijk maken dat dat onze muziek is. Hoe moet je dat aanpakken, want we willen een demo maken.
    Uit het antwoord van de vorige vraag die veel te maken heeft met deze vraag, blijkt dat het voldoende is als je de namen van de auteurs op de demo vermeldt. Iedereen in de entertainmentwereld weet wat daarmee wordt bedoeld. Zo’n demo kan leiden tot een muziekuitgave-contract. Dat is een contract waarbij je aan uitgever toestemming geeft om het liedje te (laten) exploiteren en waarbij de voorwaarden waaronder dat gebeurt afspreekt. FNV KIEM kan je als je dergelijke contracten gaat tekenen, helpen om inhoud ervan te beoordelen. Teken dus nooit een contract zonder deskundig advies, want het kan zijn dat je je voor lange tijd bindt!
  • Waar kan ik demo’s verspreiden?

    Als je wilt optreden, stuur je demo’s naar boekingskantoren. Als je composities van anderen speelt en je wilt een plaat maken, stuur je demo’s naar platenmaatschappijen/producenten. En als je zelf schrijft en speelt, stuur je demo’s naar platenmaatschappijen/producenten en naar muziekuitgeverijen.

  • Zijn er ook oefenruimtes waar je instrumenten kan huren?
    Er bestaan oefenruimtes waar versterkers, zanginstallaties en drumstellen staan. Je hoeft dan alleen je instrumenten mee te nemen. Meer informatie hierover kan je onder andere verkijgen bij de provinciale popkoepels.
  • We zijn er achter gekomen dat er een andere popband is met dezelfde naam. Hoe voorkom je zo’n probleem?

    Voordat je gaat investeren in de naam door bijvoorbeeld foto’s, promotiemateriaal e.d. te laten drukken is het goed om de naam te laten deponeren bij het Benelux-Bureau van de Intellectuele Eigendom (BBIE).
    Dat kost wel geld. Voordat een dergelijk depot wordt toegestaan checkt het bureau of er al een band met de door jullie gewenste naam bestaat. Je kunt de naam voor verschillende categorieën laten vastleggen: cultuur/muziek producten, merchandising (petjes, t-shirts) e.d. en ook voor verschillende territoria.

  • Steeds vaker maken bands op cd of tijdens optredens gebruik van samples. Mag dat zo maar?
    Samples zijn auteursrechtelijk beschermd. Het gaat er dus niet om hoe lang een stukje tekst of muziek is om het een auteursrechtelijk werk te noemen. Dat leidt wel tot absurde toestanden zoals procedures over het gebruik van een schreeuw van James Brown, wat is voorgekomen. Bij optredens loop je misschien wat minder risico, maar om grote (buitenlandse) claim te voorkomen is het beter om voordat je samples gebruikt daarvoor toestemming te (laten) vragen.
  • Wat is een VAR verklaring?
    Als je voor een opdrachtgever werkt, bijvoorbeeld als freelancer of zelfstandige zonder personeel, kan er onduidelijkheid zijn over de vraag of je opdrachtgever loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (samen loonheffingen genoemd) moet inhouden en afdragen over je inkomsten. De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) geeft jou en je opdrachtgever hierover duidelijkheid. De Verklaring arbeidsrelatie geeft zekerheid over de fiscale status van de inkomsten die voortvloeien uit je arbeidsrelatie. Je kunt de verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Een VAR is maximaal een kalenderjaar geldig. De geldigheidstermijn gaat in aan het begin van het kalenderjaar.
  • Kan een opdrachtgever zomaar opzeggen?
    Ja, een opdrachtgever kan te allen tijde de overeenkomst opzeggen (art 7: 409 lid 1 BW).
  • Waar moet ik op letten als ik als freelancer een opdrachtovereenkomst aanga?
    Bij een onbekende ‘partij’ is het raadzaam om eerst wat navraag en onderzoek te doen.
    - Is het een betrouwbare partij, staat deze partij niet te boek als wanbetaler (of een ‘slechte’ betaler)?
    - Met wat voor een rechtsvorm ga ik de overeenkomst aan? Is het een bv of ook een zzp’er? Is degene met wie ik onderhandel hiertoe wel bevoegd?
    - Kloppen de gegevens zoals deze in het handelsregister staan (www.kvk.nl) met de werkelijke situatie?
    Het is raadzaam een overeenkomst eerst in concept op papier te vragen en dit door een jurist te laten controleren.
  • Zzp - Welke gevolgen heeft een faillissement van een andere partij voor mij als schuldeiser?
    Het belangrijkste gevolg voor schuldeisers is, dat zij zelf geen actie meer kunnen ondernemen om betaling van hun vordering te verkrijgen. Zij moeten afwachten of zij, na afwikkeling van het faillissement, enige uitkering van de curator ontvangen. Tijdens het faillissement kunnen geen nieuwe beslagen worden gelegd. Het door een crediteur zelf reeds gelegd beslag komt met het uitspreken van het faillissement van rechtswege te vervallen. Het faillissement is immers een algemeen faillissementsbeslag op het gehele vermogen van de failliet. In uitzonderlijke gevallen - bijvoorbeeld om iemand te dwingen alimentatie te betalen - is civiele gijzeling mogelijk.
  • Zzp - Wat kan ik doen als schuldeiser?
    Geen enkele schuldeiser kan zich meer zelfstandig verhalen op het vermogen van de schuldenaar. In plaats daarvan moeten schuldeisers hun vordering indienen bij de curator, vergezeld van bewijsstukken (art. 110 Fw). De curator plaatst de vorderingen op een lijst. Officieel (art. 112 Fw) hoort de curator een lijst bij te houden van 'voorlopig erkende' en van 'betwiste' vorderingen. In de praktijk blijft dit onderscheid vaak achterwege, namelijk wanneer te voorzien is dat er toch geen enkele uitkering kan worden gedaan aan concurrente schuldeisers. Men spreekt dan van 'aangemelde' vorderingen.
  • Wat is een overeenkomst?
    Een overeenkomst komt in principe tot stand als twee of meerdere partijen afspraken maken en er over en weer verplichtingen gelden. Het is niet noodzakelijk dat de afspraken schriftelijk worden vastgelegd; mondelinge afspraken gelden ook. Wel is het aan te raden om de afspraken op schrift te stellen, dat voorkomt onduidelijkheid.

    Onder dit rechtsgebied vallen onder meer de volgende onderwerpen:
    •Algemene voorwaarden
    • Overeenkomsten opstellen
    • Wanprestatie
    • Overmacht
    • Nietigheid van de overeenkomst
    • Ontbinding van de overeenkomst
    • Schadevergoeding
    • Overeenkomst vernietigen
    • Overige geschillen over contracten
    • Onrechtmatige daad
    • Wilsgebreken; dwaling etc.
  • Hoe kom ik onder een overeenkomst uit?
    Het uitgangspunt is dat als je een overeenkomst gesloten hebt, je hieraan gebonden bent. Er zijn echter enkele uitzonderingen, die tot gevolg hebben dat de overeenkomst of een gedeelte van de overeenkomst vernietigd of ontbonden wordt. Bijvoorbeeld in het geval van dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden tijdens het aangaan van de overeenkomst. Als (aantoonbaar!) onder die omstandigheden een overeenkomst is gesloten, dan kan een beroep op vernietiging worden gedaan. Het is ook mogelijk dat de andere partij zijn beloften niet nakomt en jij dan ook niet langer aan de overeenkomst met die partij gebonden wil zijn. Dan kan (onder bepaalde voorwaarden) een beroep op ontbinding van de overeenkomst worden gedaan.
  • De andere partner/partij houdt zich niet aan een overeenkomst, wat moet ik als eerste doen?
    Belangrijk is dat het op schrift komt te staan als de andere partij zich niet aan de overeenkomst houdt. Uiteraard kan ook bijvoorbeeld telefonisch geïnformeerd en gediscussieerd worden, maar het is van groot belang dat de andere partij al gelijk schriftelijk op zijn tekortkoming wordt gewezen. Als nakoming nog mogelijk is moet een (nieuwe) termijn worden gesteld waarmee de wederpartij in de gelegenheid wordt gesteld om alsnog na te komen.
  • Wat is wanprestatie precies?
    Wanprestatie is iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis, en verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.
  • Wat is overmacht en wat zijn de gevolgen?
    Van overmacht is sprake als een tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Het gevolg is dat de schuldenaar de schade die de schuldeiser lijdt, niet hoeft te vergoeden.
  • Wat is een opdrachtovereenkomst?
    De opdrachtovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die uit iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken (art 7: 400 BW). Als zzp’er / freelancer ga je een opdrachtovereenkomst aan met de partij waarvoor je werkzaamheden gaat verrichten. De opdrachtovereenkomst kan zowel mondeling als schriftelijk overeengekomen worden. Het is uiteraard raadzaam om dit schriftelijk te doen. Er bestaat een zeer grote variëteit aan opdrachten. De opdrachtnemer heeft enkele wettelijke verplichtingen. Zo moet een opdrachtnemer gevolg geven aan tijdig verleende en verantwoorde aanwijzingen van de opdrachtgever omtrent de uitvoering van de opdracht. (7:402 BW). Ook moet de opdrachtnemer zijn opdrachtgever goed op de hoogte houden van het verloop van zijn werkzaamheden en informeren over de uitvoering van zijn opdracht.
  • Waarop rust auteursrecht?

    Auteursrecht rust onder meer op boeken, brochures, tijdschriften, software, films, muziek, ontwerpen, schetsen, bouw- en beeldhouwwerken, lithografiën, graveer en andere plaatwerken, en fotografische werken.

  • Moet een werk zijn vastgelegd voor auteursrecht?
    Nee. Vereist is alleen dat het werk is gemaakt. Ook een geïmproviseerde voordracht telt als maken, zelfs als er niemand de voordracht opschrijft of vastlegt op een cassettebandje of cd. De vraag is dan wel wat de maker dan heeft aan zijn auteursrecht, aangezien er zonder vastlegging weinig te publiceren valt.
  • Hoe origineel moet een werk zijn?
    Wie zelf een werk maakt, voldoet aan het originaliteitscriterium. Het is niet nodig dat het werk objectief gezien 'nieuw' is. Het kan voorkomen dat twee mensen onafhankelijk van elkaar hetzelfde werk maken. Dit wil nog wel eens voorkomen in de grafische vormgeving.

    Een (bij juristen) bekend voorbeeld is dat van de Barbiepop (HR 26 juni 1992, NJ 1993, 164, Barbie-pop). Een andere pop, de Cindy-pop, leek sterk op de bekende Barbiepop, maar de makers van de Cindy-pop claimden dat zij hun pop onafhankelijk hadden ontwikkeld. De Hoge Raad bepaalde uiteindelijk dat wanneer er tussen twee werken een opvallende gelijkenis bestaat, de rechter zal aannemen dat het jongere werk ontleend is aan het eerste. De maker van het tweede werk mag echter gemotiveerd aantonen dat zijn werk, ondanks de overeenstemming, een zelfstandige schepping is en geen (onbewuste) ontlening. Vaak is het lastig de scheidslijn te trekken tussen andermans werk en het idee daarachter.
  • Is een copyright vermelding nodig?
    Nee. Het auteursrecht ontstaat automatisch (van rechtswege) door het maken van het werk, en de maker heeft dan direct alle rechten. Zonder verdere informatie mag niemand het werk verveelvoudigen of openbaarmaken. Het kan echter wel nuttig zijn om toch een copyright-vermelding bij een werk op te nemen. Ten eerste omdat derden dan weten wie de maker is en aan wie ze dus toestemming moeten vragen. Ten tweede omdat niemand dan kan zeggen dat hij dacht dat het werk vrij van rechten was.
  • Wat is een merk?
    Een merk is ieder teken, symbool of uiterlijke verschijning waardoor een product of dienst zich onderscheidt van concurrerende producten of diensten.
  • Valt een logo als merk te beschermen?
    Ook een logo kan worden vastgelegd, omdat een logo ook dient om je waren en diensten te onderscheiden van die van anderen. Het logo hoeft niet verplicht in combinatie met de benaming te worden vastgelegd. Het kan ook op zichzelf worden beschermd.
  • Kan ik een slogan als merk registreren?
    Slagzinnen kunnen, mits voldoende onderscheidend en niet te ingewikkeld, ook als merk worden beschermd. Het publiek moet er meer in herkennen dan alleen een aanprijzende of wervende zin.
  • Kan een merkaanvraag worden geweigerd?
    Ja, het Benelux Merkenbureau heeft de bevoegdheid merken te weigeren als:
    • het merk elk onderscheidend vermogen mist;
    • het merk in strijd is met de goede zeden of de openbare orde;
    • het merk tot misleiding van het publiek zou kunnen leiden;
    • het merk bestaat uit een vlag of een embleem, beschermd onder het Verdrag van Parijs.
  • Ben je je vakantiedagen kwijt als je ze door overmacht moet opnemen?

    Ook al is het overmacht omdat je bijvoorbeeld niet kunt terugvliegen, het risico daarvan ligt bij de werknemer. Deze draait zelf op voor zijn langere vakantie en zal extra vakantiedagen moeten opnemen. Wanneer dit problemen oplevert, bijvoorbeeld omdat iemand door zijn vakantiedagen heen is, kan met een werkgever worden afgesproken dat geen loon wordt betaald voor de extra dagen dat er niet is gewerkt.

  • Hoe komt de dekkingsgraad van de pensioenfondsen zo laag?

    De dekkingsgraad van de diverse fondsen staat nog steeds onder druk door:

    -de economische crisis, met op en neer gaande beurzen. Dit heeft ook gevolgen voor de beleggingen van de pensioenfondsen; 
    -de extreem lage rentestand en de lage koers van de euro. Dit zorgt ervoor dat de pensioenfondsen nu met lage inkomsten in de toekomst moeten rekenen. Het werkt net als bij een spaarrekening: als je over € 100,- 2% procent rente krijgt, heb je over een jaar minder dan wanneer je 3 % rente krijgt. Daarom worden de pensioenverplichtingen hoger, omdat de pensioenfondsen meer geld in kas moeten hebben om de pensioenen in de toekomst te kunnen betalen;
    -de stijgende levensverwachting. De pensioenfondsen hebben begin dit jaar te maken gehad met een bijstelling van de verplichtingen door de stijging van de levensverwachting. De dekkingsgraad is hierdoor flink gedaald. 

  • Wat is een dekkingsgraad?

    De dekkingsgraad is de verhouding tussen verplichtingen (geld wat uitgekeerd moet worden nu en in de toekomst) en reserves (het geld wat ze nu in de kas hebben) van pensioenfondsen. Als de dekkingsgraad langdurig te laag is heeft het pensioenfonds op den duur niet genoeg geld om de pensioenen uit te keren voor de volle honderd procent.

  • Bij welke pensioenfondsen is het korten van pensioenen een maatregel die in de toekomst mogelijk genomen wordt?

    In eerste instantie gaat het om de pensioenfondsen die vorig jaar een herstelplan hebben gemaakt. In dat herstelplan hebben de betreffende pensioenfondsen aan moeten geven hoe zij hun financiën weer verbeteren. Hierin staan maatregelen die een fonds neemt als het herstel niet voldoende lukt. Een van die maatregelen kan het zogenaamde afstempelen zijn: het korten op pensioenen en opgebouwde rechten.

  • Wat zijn herstelplannen?

    Dit zijn plannen die de pensioenfondsen hebben gemaakt om de financiële situatie te verbeteren. Pensioenfondsen moeten in vijf jaar naar een dekkingsgraad van 105%.

  • Wat is korten op je pensioen?

    Met korten op de pensioenen wordt bedoeld dat een pensioenfonds de pensioenuitkering en de opgebouwde rechten verlaagt. Het gaat dus niet alleen over de ingegane pensioenen, maar ook over de opbouw van pensioenen. Korten op pensioenen wordt ook wel ‘afstempelen’ genoemd.

  • Als ik bij een pensioenfonds zit dat gaat korten op de pensioenen, wat betekent dit dan voor mijn pensioenuitkering?

    Als je een pensioenuitkering heeft, wordt deze lager. Bijvoorbeeld: Je hebt een uitkering van € 150,- en er wordt met 5% gekort. Dan krijg je de volgende maand € 142,50.

  • Als ik bij een pensioenfonds zit dat gaat korten op de pensioenen, wat betekent dit dan voor mijn opgebouwde pensioenrechten?

    Je pensioenrechten worden verlaagd. Bijvoorbeeld: Je hebt een opgebouwd recht van  € 100,- en er wordt met 5% gekort. Dan wordt je opgebouwde recht  € 95,-. Je ziet dus dat dit zorgt voor een lager pensioen.

  • Wat vindt FNV KIEM?

    FNV KIEM wil dat korten op pensioenen echt alleen in het uiterste geval gebeurt als er echt sprake is van een grove achterstand op het herstelplan. Wij vinden afstempelen bij een achterstand die kleiner is dan 5% op zijn minst discutabel, omdat de verandering van de rente daarop een hele grote invloed heeft. Als de rente morgen stijgt kan het fonds zo maar weer boven het herstelpad zitten. Veel belangrijker is om te kijken hoe goed de herstelcapaciteit van het fonds is. Kan het pensioenfonds goed herstellen zonder dat daarvoor de rente heel veel moet stijgen, dan is de situatie anders dan bij een fonds waar dat niet zo is. Is de achterstand op het herstelplan meer dan 10%, dan doet een pensioenfonds er goed aan wel maatregelen te nemen. Wij hopen natuurlijk dat dit niet nodig is.  

    FNV KIEM wil dat De Nederlandsche Bank maatwerk levert in de gesprekken met de betreffende pensioenfondsen. Wij gaan er ook vanuit dat De Nederlandsche Bank rekening houdt met de extreem lage rentestand waar de fondsen mee te kampen hebben. Wij vinden dat de pensioenfondsbestuurders weloverwogen besluiten moeten nemen. Ook moeten de pensioenfondsen die het betreft hun deelnemers zo snel mogelijk informeren en duidelijke informatie verschaffen. Die dure plicht hebben zij.

    Daarnaast vinden wij dat ons systeem schokbestendiger moet worden. In die zin spreekt het pleidooi van Dick Sluimers, topman van pensioenfonds ABP, ons zeer aan. In de Volkskrant (19-8-'10) zegt hij - in tegenstelling wat alom gedacht wordt – dat de meeste pensioenfondsen in 2010 rijker zijn geworden. En dat het grootste probleem de manier is waarop de dekkingsgraad berekend wordt. Sinds 2006 wordt dat gedaan aan de hand van de actuele rente, een dagkoers dus. In geval van een lage rentestand – hij is nu zelfs historisch laag – zijn de toekomstige inkomsten ook laag. Maar in de praktijk kan dat heel snel veranderen. Het zijn dus starre boekhoudregels die ons de das omdoen. We zullen snel een betere, alternatieve rekenmethode moeten ontwikkelen die een reëler beeld geeft van de dekkingsgraad. Dan hoef je niet bij elk dip of zoals nu bij een hele grote dip zulke draconische ingrepen te doen. Wel is het zo dat we met zijn allen rekening moeten houden dat het pensioen minder zeker is dan voorheen werd gedacht.

  • Wat gaat FNV KIEM  doen?

    Wij drukken onze bestuurders in de pensioenfondsen op het hart om zo snel mogelijk hun deelnemers en gepensioneerden te informeren over hoe het pensioenfonds waar zij inzitten er voor staat. Met alle betrokken partijen gaan wij het gesprek aan over de manier waarop pensioenfondsen hun financiële positie moeten vaststellen. Onze aandacht gaat hier dan vooral uit naar de rente.

  • Kan ik overstappen naar een ander pensioenfonds?

    Als er in jouw bedrijf of sector een pensioenfonds is, kun je niet overstappen. Je bent dan verplicht om mee te doen.
     

  • Hoe zit het met de waardeoverdracht als ik van baan verander en bij een ander pensioenfonds terecht kom?

    Pensioenfondsen die een dekkingsgraad hebben die lager is dan 100%, mogen geen individuele waardeoverdrachten doen. Dit betekent dat je geld bij het vorige pensioenfonds blijft staan. In pensioentaal word je dan ‘slaper’.  

  • Wat gebeurt er als je in de WIA of de WW zit?

    Als je bij een pensioenfonds zit dat gaat korten op de pensioenen, betekent dit dat je pensioenrecht ook afgestempeld wordt. Heb je vragen dan kun je bellen met het betreffende pensioenfonds.

     

  • Zit FNV KIEM in de besturen van pensioenfondsen?

    Vanuit FNV KIEM zitten bestuurders samen met vertegenwoordigers van werkgevers en andere vakbonden in de sectorale pensioenfondsen. In de ondernemingspensioenfondsen zitten werknemers uit de bedrijven (meestal door de Ondernemingsraad afgevaardigde leden), samen met de werkgever in het bestuur.
     

  • Wat is de rol van De Nederlandsche Bank?

    De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de pensioenfondsen en kan bij ieder individueel fonds maatregelen eisen als dat echt nodig is.
     

  • Wat houdt de regeling fiscale contributie precies in?

    Via de fiscale regeling voor de vakbondscontributie krijg je een gedeelte van de betaalde vakbondscontributie in een jaar terug. Dit financieel voordeel krijg je niet rechtstreeks van FNV KIEM terug, maar van je werkgever. Die verrekent eenmalig de betaalde contributie met je bruto maandsalaris. Je voordeel kan al snel oplopen tot 40 procent korting op het betaalde contributiebedrag en kan oplopen tot 80 euro op jaarbasis!

  • Hoe komt het voordeel tot stand?

    De betaalde contributie wordt eenmalig ingehouden op je bruto maandsalaris. Hierdoor is dit bruto bedrag lager voor de berekening van belasting en sociale premies. Je betaalt dus minder belasting en sociale premies. Het belastingtarief dat op jou van toepassing is, is wel van invloed op de grootte van je voordeel.
     

  • Kom ik in aanmerking voor een fiscale regeling?

    Als FNV KIEM een voordelige fiscale regeling heeft afgesproken met je werkgever, dan is dat in je cao vastgelegd. Sla je cao dus na op de exacte inhoud van de regeling of vraag om informatie bij de afdeling Personeelszaken of een kaderlid binnen je bedrijf. Wanneer er geen voordelige fiscale regeling is afgesproken in je cao, dan kun je je werkgever - al dan niet via de ondernemingsraad - hier natuurlijk wel om verzoeken. Ook kun je een poging doen om een individuele afspraak te maken met je werkgever.
     

  • Hoe kan ik van de regeling gebruik maken?

    Wanneer in je cao een fiscale regeling is opgenomen en je de jaaropgave van de betaalde contributie hebt gedownload, lever je deze jaaropgave ondertekend in bij je huidige werkgever. Als de regeling in de cao is vastgelegd, dan is je werkgever verplicht deze toe te passen. Je blijft je contributie gewoon betalen aan FNV KIEM.
     

  • Er wordt voor mij geen jaaroverzicht aangemaakt, wat nu?

    Kun je geen jaaroverzicht downloaden en kom je volgens je cao wel in aanmerking voor de fiscale regeling, bel dan met de ledenadministratie van FNV KIEM via 0900 36 854 36.  De ledenadministratie is op werkdagen te bereiken van 9.00 uur tot 16.30 uur.  
     

  • Kan ik de contributie over voorgaande jaren ook laten verrekenen?

    Nee dat kan niet. Alleen betaalde contributie in het lopende kalenderjaar kan fiscaal verrekend worden.
     

  • Moet ik gebruikmaken van deze regeling?

    Nee. De fiscaalvriendelijke verrekening van de vakbondscontributie levert financieel voordeel op, maar je bent niet verplicht eraan mee te doen.
     

  • Ik werk maar een gedeelte van dit jaar, wat nu?

    Je kunt gewoon je jaaroverzicht ondertekend bij je huidige werkgever inleveren, en het gehele bedrag wordt dan verrekend.
     

  • Ik heb dit jaar meerdere werkgevers gehad, wat nu?

    Je kunt gewoon je jaaroverzicht ondertekend bij je huidige werkgever inleveren, en het gehele bedrag wordt dan verrekend.
     

  • Ik kan mijn jaaroverzicht downloaden, maar ik ontvang nu een uitkering.

    Dan is het overzicht niet op jou van toepassing. Neem contact op met onze ledenadministatie: op werkdagen te bereiken tussen 09.00 en 16.30 uur via 0900 36 854 36 om je gegevens te controleren. Want als je een uitkering ontvangt, kom je mogelijk in aanmerking voor contributieverlaging.
     

  • Waarom moet ik een verklaring ondertekenen dat ik de rest van het jaar lid blijf?

    Je ontvangt een jaaropgave vóór het verstrijken van het kalenderjaar terwijl de jaaropgave betrekking heeft op betaalde contributie gedurende het volledige kalenderjaar. Met je handtekening verklaar je de resterende maand(en) lid te blijven en aan jouw betalingsverplichting te voldoen.
     

  • Mijn werkgever wil niet meedoen, wat nu?

    Als de regeling in de cao is vastgelegd, is de werkgever verplicht deze toe te passen. Je kunt je werkgever hierop wijzen. Mocht je werkgever dan nog weigeren, neem dan contact op met je vakbondsbestuurder.
     

  • Mijn salarisadministratie weet niet hoe dit moet worden verwerkt

    Simpel gezegd: op de salarisstrook van bijvoorbeeld december, is de eerste post je brutoloon. Van dat bedrag wordt de door jou in 2014 betaalde vakbondscontributie (te vinden op het jaaroverzicht) eerst afgetrokken. Nu worden eerst de gebruikelijke inhoudingen (zoals WW, ANW) uitgevoerd. En op de post daaronder wordt het eerder genoemde bedrag aan vakbondscontributie weer bij het loon opgeteld. Daaruit bestaat het fiscale voordeel.
     

  • Wanneer zal de verrekening door de werkgever plaatsvinden?

    Het kan zijn dat er iets is afgesproken in de cao en anders is het aan de werkgever om het verrekeningsmoment te bepalen.

  • Heeft een fiscale regeling ook nadelen?

    Deelname aan de fiscale regeling leidt mogelijk tot verlaging van het brutoloon of sociaal verzekeringsloon die als grondslag dienen voor onder andere de volgende regelingen:
    • een eventuele werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (met uitzondering van degene voor wie na verlaging een loon resteert boven het maximum dagloon);
    • eventuele huursubsidie;
    • vergoedingen gebaseerd op de Wet studiefinanciering;
    • andere regelingen waarbij het brutoloon of sociaal verzekeringsloon berekeningsgrondslag is.
    • Deelname aan de fiscale regeling heeft geen gevolgen voor de grondslag van pensioen, eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering

    Het effect van het verrekenen van de vakbondscontributie is overigens verwaarloosbaar klein.  Het inhouden van de betaalde contributie op onderdelen van het salaris, die de basis vormen voor de berekening van het dagloon kan worden voorkomen door de betaalde contributie te laten inhouden op bijvoorbeeld overwerk, een eenmalige uitkering of een bonus. De grondslag blijft dan gelijk en er ontstaat geen negatief effect.

    Er zijn ook werknemers die kosten zoals reiskosten woon-werk laten verrekenen met het brutoloon. Wij adviseren deze werknemers om contact op te nemen met de administratie van hun bedrijf om vast te stellen welke invloed dat heeft op de hoogte van het brutoloon waarover de sociale zekerheidsuitkering (WW, arbeidsongeschiktheid) wordt berekend. Op basis daarvan kan dan besloten worden of de betreffende regeling wordt beëindigd met een herstel van het oude brutoloon of kan worden voorgezet.

  • Ik las ergens dat het effect op de hoogte van een uitkeringverwaarloosbaar is. Wat houdt dat precies in?

    Het is natuurlijk afhankelijk van een aantal factoren, maar voor de persoon uit het rekenvoorbeeld scheelt het netto 5 euro per maand op de uitkering. Daarnaast is het van belang hoeveel tijd er zit tussen het moment van werkloos worden en het verrekeningsmoment, want aangezien de WW over het salaris van de laatste 52 weken wordt berekend, is het netto effect op een eventuele uitkering nul wanneer er meer dan 52 weken tussen zitten.
     

  • Ik ben gepensioneerd, heb ik nu ook recht op teruggave van de vakbondscontributie?

    Nee. De fiscus geeft op haar eigen website aan dat vakbondscontributie niet tot het loon behoort. Dit betekent dus dat alleen mensen die loon ontvangen gebruik kunnen maken van een dergelijke voorziening.
     

  • Ik heb een uitkering, heb ik nu ook recht op teruggave van de vakbondscontributie?

    Nee. De fiscus geeft op haar eigen website aan dat vakbondscontributie niet tot het loon behoort. Dit betekent dus dat alleen mensen die loon ontvangen gebruik kunnen maken van een dergelijke voorziening.
     

  • Betaalt de werkgever vanaf nu mijn contributie? Ik zie dat ik een jaar dubbel betaald heb

    Nee. Dat kan zo lijken. Eerst staat op de salarisstrook bij het brutoloon van de werknemer bijvoorbeeld -194,40. Echter, als men doorleest, wordt diezelfde 195,24 na de gebruikelijke inhoudingen (zoals WW, ANW) weer bij het loon opgeteld. Daaruit bestaat het fiscale voordeel. Je blijft dus gewoon je vakbondscontributie maandelijks aan FNV KIEM betalen.
     

  • Kan ik de jaaropgave ook bij de jaarlijkse belastingopgave inleveren?

    Nee. Dat heeft geen zin. De verrekening, het fiscale voordeel, wordt behaald bij de eenmalige verrekening met het bruto maandsalaris.
     

  • Hoe krijg ik een nieuw jaaroverzicht?

    Je kunt  het jaaroverzicht downloaden via deze site.

  • Wat is de nieuwe kantonrechtersformule?

    De kantonrechtersformule bepaalt de hoogte van de ontslagvergoeding. Voor 1 januari 2009 was de “oude” kantonrechtersformule gangbaar; Vanaf 1 januari 2009 de nieuwe kantonrechtersformule.
    De nieuwe kantonrechtersformule luidt als volgt:

    Ontslagvergoeding = A x B x C

    A = Aantal gewogen dienstjaren
    B = Beloning per maand (bruto)
    C = Correctiefactor

    A = aantal gewogen dienstjaren
    De dienstjaren worden gewogen, wat betekent dat hoe ouder de werknemer is, hoe meer een dienstjaar ‘waard’ is. De nieuwe kantonrechtersforomule weegt als volgt:

    Wegingsfactor: geldt voor ieder dienstjaar:
    0.5 tot 35-jarige leeftijd
    1 van 35- tot 45-jarige leeftijd
    1.5 van 45- tot 55-jarige leeftijd
    2 Vanaf 55-jarige leeftijd

    B = bruto salaris, inclusief vakantiegeld, 13e maand en structureel overwerk

    C = correctiefactor
    De correctiefactor is 1 bij een ‘neutraal’ ontslag. Dat is het geval als beide partijen ‘even schuldig’ zijn aan het ontslag. De correctiefactor is hoger als de werkgever meer “schuldig” is aan het ontslag. De c-factor zal lager zijn als de kantonrechter van oordeel is dat het ontslag meer aan de werknemer te wijten is. Meer info http://www.fnvfa.nl/hoe-hoog-is-uw-ontslagvergoeding.html

  • Wat is een stamrecht BV?

    Een stamrecht BV is een besloten vennootschap die een ontslagen werknemer kan oprichten om de ontslagvergoeding onder te brengen. De werkgever stort de ontslagvergoeding op de bankrekening van de stamrecht BV. Belastingbetaling over de ontslagvergoeding wordt uitgesteld. De BV betaalt namelijk pas belasting bij de maandelijkse uitkeringen. De BV houder kan zelf bepalen wanneer de uitkeringen starten, echter uiterlijk op AOW-datum.

    Een stamrecht BV oprichten is pas interessant vanaf € 75.000,-. Onafhankelijk Financieel Adviseurs FNV geeft een boekje uit over dit onderwerp. Je kunt dit bestellen via  http://www.fnvfa.nl/ontslagvergoeding-boek-aanvragen.html

    Vanaf 1 januari 2014 is een stamrecht BV niet meer mogelijk. 

  • Wordt de ontslagvergoeding gekort op mijn WW-uitkering?

    Nee, de ontslagvergoeding wordt niet gekort op de WW-uitkering. Alleen kan bij ontvangst van een ontslagvergoeding een fictieve opzegtermijn gelden waarin de WW-uitkering nog niet start. Na de fictieve opzegtermijn start de WW-uitkering alsnog. Er wordt alleen mogelijk gekort op een WW-uitkering als de werknemer verwijtbaar werkloos is (bijvoorbeeld bij zelf ontslag nemen).

    Meer informatie op http://www.fnvfa.nl/hoe-hoog-is-uw-ww-uitkering.html
     

  • Wat is stamrecht banksparen?

    Sinds 2010 is banksparen mogelijk met een ontslagvergoeding. De ontslagvergoeding wordt door de werkgever gestort op een geblokkeerde bankrekening. De bankrekening gaat maandelijks uitkeren. Vooraf kies je een uitkeringsduur. Op de einddatum is de bankrekening leeg. Stamrecht banksparen wordt meestal gekozen bij een ontslagvergoeding tussen € 25.000,- en € 75.000,-.

    Vanaf 1 januari 2014 is stamrecht banksparen niet meer mogelijk.
     

  • Welke mogelijkheden heb ik met mijn eenmalige ontslagvergoeding?

    Je hebt vier mogelijkheden met jouw ontslagvergoeding.

    Bij een ontslagvergoeding tot € 25.000,- kun je direct afrekenen met de Belastingdienst. Nadat de werkgever het belastingdeel aan de Belastingdienst heeft betaald, krijg jij het restant direct in handen.

    Een tweede mogelijkheid is het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Je ontvangt maandelijkse uitkeringen. Deze uitkeringen kunnen direct na ontslagdatum ingaan of pas in de (verre) toekomst. Een lijfrenteverzekering is aantrekkelijk bij bedragen tussen € 25.000,- en € 75.000,-.

    De derde optie is banksparen gouden handdruk (of stamrecht banksparen). Dit lijkt sterk op de lijfrenteverzekering.

    De vierde aanwendingsmogelijkheid is het oprichten van een stamrecht BV. Hierbij verkrijgt de werknemer elke maand een uitkering uit zijn eigen stamrecht BV. Een stamrecht BV is pas  aantrekkelijk bij een ontslagvergoeding vanaf € 75.000,-. Meer informatie op     http://www.fnvfa.nl/ontslagvergoeding-wat-nu.html

    Banksparen gouden handdruk en het oprichten van een stamrecht BV zijn vanaf 1 januari 2014 niet meer mogelijk.

  • Hoeveel belasting betaal ik over mijn eenmalige ontslagvergoeding?

    Als je ervoor kiest om jouw ontslagvergoeding in een keer te laten uitkeren, moet de werkgever loonbelasting inhouden. In de tabel vind je de belastingspercentages. De ontslagvergoeding wordt opgeteld bij het overige inkomen. Het restant krijg je op jouw bankrekening gestort.

    Belastbaar inkomen - Belastingpercentage

    Tot € 19.645,-                                 37%
    Vanaf € 19.645,- tot € 33.363,-   42 %
    Vanaf € 33.363,- tot € 55.991,-   42%
    Meer dan €55.991,-                      52%

    Afrekenen met de fiscus vindt meestal plaats bij ontslagvergoedingen tot € 25.000,-. Meer informatie op http://www.fnvfa.nl/ontslagvergoeding-wat-nu.html